De waterstofauto lijkt bezig met een opmars. Is dit de auto van de toekomst of een gedoodverfd nicheproduct?

Naar verwachting nog dit jaar rolt de eerste waterstofauto voor de consumentenmarkt van de band: de ix35 Fuel Cell van de Zuid-Koreaanse autofabrikant Hyundai. Ook enkele andere autofabrikanten zetten in op waterstoftechnologie. Daarmee lijkt de elektrische auto, die tot nu toe de markt voor emissie-arme auto's domineert, serieuze concurrentie te krijgen.

CO2
De belangstelling voor waterstoftechnologie is niet opmerkelijk. Het grootste voordeel van waterstofauto's is dat er geen vervuilende uitstoot is: er komt alleen waterdamp vrij. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld benzine en diesel, die wel koolstofdioxide (CO2) uitstoten, een broeikasgas dat bijdraagt aan klimaatverandering.
Een ander voordeel ten opzichte van fossiele brandstoffen is dat de voorraad waterstof onuitputtelijk is. Er kan altijd nieuwe waterstof gemaakt kan worden uit water. Verder produceren waterstofauto's minder lawaai; al kan dat laatste ook veiligheidsrisico's met zich meebrengen, omdat andere weggebruikers zo’n stillere auto minder goed horen aankomen.

Grote hordes
Ondanks deze pluspunten is het de vraag of waterstofauto's snel gemeengoed zullen worden. Er zijn namelijk nog grote hordes te nemen. Allereerst zijn er alternatieve energiebronnen nodig om waterstof op te wekken. Vervolgens is er relatief veel waterstof nodig om de auto te laten rijden. Dat betekent dat auto's enorme tanks nodig hebben óf dat er vaak getankt moet worden. Dit vereist bovendien grote aanpassingen aan het aandrijvingsmechanisme van de auto, zoals aan de assen, de versnellingsbak en het warmtemanagement.

Aanpassing infrastructuur
Verder vergt een uitrol van waterstofauto's flinke aanpassingen in de infrastructuur. Tankstations moeten worden uitgerust met waterstofstations. Ook moeten extra veiligheidsmaatregelen worden genomen, omdat waterstof behoorlijk explosief is, als het door een lek in aanraking komt met zuurstof.
Dirk Hoozemans, energie-analist van Robeco, verwacht dat de benodigde investeringen de komende jaren maar langzaam van de grond zullen komen. Dat geldt volgens hem ook voor de infrastructuur voor elektrische auto's, zoals hoogspanningskabels en oplaadpunten.

Batterij
Het grootste nadeel van beide autosoorten zijn de hoge kosten, meent Hoozemans. "Dat heeft vooral te maken met de batterij. Een elektrische auto wordt aangedreven door een klassieke (oplaadbare) batterij en een waterstofauto door een brandstofcel die van waterstof elektriciteit maakt. Het laatste type batterij is op dit moment nog erg groot en zwaar. Dat is onwenselijk voor een auto."

Geringe actieradius
Volgens Hoozemans verbetert de batterijtechnologie snel, maar de relatief geringe actieradius vormt nog steeds een probleem. "Zelfs bij klassieke elektrische auto's loopt de batterij snel leeg. Je rijdt dan met een loodzwaar stuk metaal in je auto dat eigenlijk dood gewicht is, in tegenstelling tot een benzinetank die na elke kilometer juist lichter gaat wegen." Elektrische en waterstofauto's zullen daarom veel lichter in gewicht moeten zijn, maar dat brengt weer veiligheidsrisico's met zich mee.

Alternatief: de aardgasauto?
Hoozemans ziet daarom voorlopig nog de nodige beren op de weg, voor zowel elektrische als waterstofgedreven auto's. De technologie zal volgens hem verder ontwikkeld moeten worden om gewicht en kosten te drukken.
Een mogelijk tussenstation is volgens hem de aardgasauto. Deze werkt met een bestaande technologie, die is gebaseerd op het verbrandingsprincipe. Door enorme aardgasvondsten in de VS is dit volgens Hoozemans met name in Noord-Amerika een economisch aantrekkelijke optie. "Maar zelfs hier zie je dat het fenomeen maar mondjesmaat aftrek vindt. Men is nu eenmaal verslingerd aan benzinemotoren."