De kredietcrisis van 2008, die in de afgelopen jaren is overgegaan in de Europese schuldencrisis, zorgt voor veel ellende. De Nederlandse werkloosheid is opgelopen tot het hoogste niveau in meer dan tien jaar en de huizenprijzen zijn al vier jaar op rij gedaald. Maar ieder nadeel heeft zijn voordeel…

Alles in de uitverkoop
Consumenten zijn zich door de crisis meer zorgen gaan maken over hun financiële toekomst. Dat komt tot uitdrukking in een groeiend prijsbewustzijn en een toenemende spaarzucht. Volgens de Nederlandsche Bank zijn de spaargelden bij banken in de eerste helft van 2012 met 15 miljard euro gegroeid (eerste helft 2011: 11,8 miljard). Doordat mensen in tijden van crisis niet graag grote uitgaven doen, is de huizenverkoop ingestort en dientengevolge de huizenprijs gedaald. Voordeel, voor met name starters: de gemiddelde huizenprijs ligt volgens het CBS nu 16,6 procent lager dan in augustus 2008, waarmee deze weer terug is op het niveau van 2004.
Voor minder grote aankopen is er de uitverkoop, die elk jaar eerder begint en waarin steeds meer producten en diensten met korting gekocht kunnen worden: van kleding tot vakantiereizen.

Minder files
De ANWB heeft becijferd dat de filedruk in 2012 is afgenomen. De totale filelengte lag 40 procent lager dan een jaar eerder en rond Amsterdam nam het fileleed zelfs met de helft af. Het is voor een groot deel aan de crisis te danken dat er minder oponthoud is op de wegen: om de economie te stimuleren heeft de overheid vier jaar geleden sommige infrastructuurprojecten versneld doorgezet. Door al het extra asfalt verwacht de ANWB dat de filedruk dit jaar verder afneemt. Het helpt natuurlijk ook dat er minder forensen- en transportverkeer is sinds het uitbreken van de crisis.

Meer hoger opgeleiden
De stijgende werkloosheid en de onzekere economische vooruitzichten zorgen ervoor dat jongeren steeds vaker kiezen voor een (vervolg)studie en wachten met het beproeven van hun geluk op de arbeidsmarkt. De Nederlandse universiteiten zagen de instroom van nieuwe studenten in de afgelopen jaren met gemiddeld meer dan 10 procent stijgen – twee keer zo veel als de prognose van het ministerie van Onderwijs. Tegenwoordig heeft 38 procent van de jongvolwassenen in de leeftijdsgroep van 25 tot 34 een hbo- of wo-diploma, en het ministerie van Onderwijs voorspelt dat dit percentage over tien jaar in de buurt van de 50 komt. Daarmee behoort het Nederlandse opleidingsniveau tot de Europese top, wat een groot voordeel is in een periode waarin veel mbo-banen verdwijnen door automatisering en robotisering.