Traditionele opkomende markten, zoals China en Brazilië, worden stilaan volwassen. Er staat nu een nieuwe generatie markten op, om het stokje over te nemen. Zijn ze aantrekkelijk voor beleggers? En wat zijn de risico's?

De zogeheten BRIC-landen - Brazilië, Rusland, India en China - waren de afgelopen jaren erg in trek bij beleggers. Rendementen van gemiddeld 18 procent per jaar waren heel normaal. Maar ook deze markten worden nu langzaamaan volwassen en zijn inmiddels meer verbonden met ontwikkelde markten, zoals Europa en de Verenigde Staten.

Groeipotentie...
De tijd is rijp voor een nieuwe generatie 'frontier markets'. Dit zijn landen die nog in een vroeg stadium van hun economische ontwikkeling zitten, maar al wel een flinke groeipotentie hebben. Ze hebben vaak een jonge en snel groeiende bevolking. Omdat de economische groei vrij hoog is, is ook sprake van een opkomende middenklasse en snel groeiende consumentenmarkt. Ook is de staatsschuld vaak relatief laag. Het gaat om landen als Vietnam, Qatar, Kenia en Pakistan.

Op de beurzen staan deze markten er momenteel goed voor. De MSCI Frontier Markets 100-index, waarop honderd bedrijven uit 31 nieuwe opkomende markten zijn genoteerd, heeft de afgelopen twaalf maanden een rendement behaald van 7,5% (peildatum: 14 maart 2013). De MSCI Emerging Markets-index van opkomende markten daarentegen staat 1,8% in de min en de index van BRIC-landen noteert zelfs een verlies van 7,3%.

De successen zijn wel vrij recent, want over een langere periode (van 5 jaar) blijven de frontier markets achter bij de gevestigde groeimarkten.

... maar weinig beurshandel
De frontier markets kunnen vanwege hun groeipotentie interessant zijn voor beleggers. Maar voor zo'n belegging is wel enige durf nodig. Het gaat vaak om landen die politiek gezien wat minder stabiel zijn. Bovendien zijn het nog vrij fragiele economieën die snel reageren op impulsen. Jaren van flinke groei kunnen worden afgewisseld met minder goede periodes.

Dat vertaalt zich ook in vrij sterk wisselende rendementen. "Het zijn vaak achtbanen waar je in zit. Dat hoort erbij", zegt Michiel van Voorst, fondsmanager bij Robeco, vanuit Hong Kong.

Die grillige koersbewegingen zijn ook het gevolg van het feit dat er op deze markten beperkte handel is, waardoor één enkele belegger al invloed kan hebben op het koersverloop. Dat gebrek aan handel heeft nóg een nadeel: in- en uitstappen kan niet op elk gewenst moment, omdat niet altijd voldoende (ver)kopers voorhanden zijn.

Het beleggen zelf gaat ook moeizamer in deze landen. "Het kost veel tijd en moeite om in deze markten te kunnen beleggen. Zo is het veel werk om een beleggingsrekening te openen en een relatie met een broker aan te gaan", zegt Van Voorst. "Daar staat overigens wel tegenover dat er vanwege deze hordes minder beleggers actief zijn in frontier markets en dat biedt dus kansen."

Hoe beleg ik in nieuwe groeimarkten?
Volgens Azië-specialist Michiel van Voorst is het verstandig eerst te kijken of een markt interessant is en of er naar verwachting een goed rendement valt te behalen. "De economie van zo'n land moet op orde zijn. Ook moet de munt stabiel zijn. De aandelen zijn genoteerd in een lokale munt. Een waardedaling van deze munt gaat ten koste van je rendement."

Als een land aan deze criteria voldoet, zijn er verschillende strategieën mogelijk. Voor particuliere beleggers is zelf beleggen in nieuwe groeimarkten vrijwel onmogelijk. Dat kan wel via beleggingsfondsen. Dit kunnen fondsen zijn die zich in frontier markets hebben gespecialiseerd, maar ook breder gespreide fondsen die beleggen in een bepaalde regio, zoals Azië of Afrika.
Van Voorst merkt op, dat het verstandig is in nieuwe opkomende markten slechts een beperkte positie in te nemen. "Er zitten risico’s aan en door een niet al te grote blootstelling kan eventueel verlies in de ene markt door andere worden gecompenseerd. Zo spreid je de risico's."

Omdat de beurzen op deze markten grillig kunnen zijn, is het vaak ook een kwestie van een lange adem. Een goed voorbeeld is Vietnam. De belangrijkste index van dat land, de Ho Chi Minh Stock-index, ging tussen 2005 en 2007 zes keer over de kop, verloor vervolgens 80 procent van zijn beurswaarde en is nu ten opzichte van de bodem weer in waarde verdubbeld.