Na een moeizame introductie wordt de elektrische auto nu omarmd door steeds meer automobilisten. Wat is er nodig voor de grote doorbraak?

De introductie van elektrisch rijden ging moeizaam. Onzekere consumenten, de afwachtende automobielindustrie en een trage overheid hielden elkaar lang in de greep voor de elektrische auto kon doorbreken in Nederland. Net als bij veel andere technologische vernieuwingen speelde het kip-ei-probleem. Zo bemoeilijkte in het begin het beperkte aantal laadpunten de verkopen; terwijl grote investeringen in oplaadlocaties in eerste instantie uitbleven door de achterblijvende verkopen. Inmiddels is het tij gekeerd. Naast de stijgende brandstofkosten hebben fiscale stimuleringsmaatregelen bijgedragen aan de toenemende populariteit van elektrisch rijden. In Nederland zijn inmiddels 41 verschillende elektrische auto’s te koop. Bij de introductie van nieuwe modellen ontstaat steevast een wachtlijst. Zelfs voor de Tesla-modellen, met een verkoopprijs vanaf EUR 99.000. Inmiddels telt Nederland al 4.500 oplaadpunten.

Dus het gaat goed met elektrisch rijden?
Ja, maar het is wel zaak de cijfers in perspectief te plaatsen. Er rijden nu zo’n 30.000 elektrische auto’s rond in ons land. Dat aantal stijgt snel, zo blijkt uit cijfers van het Ministerie van EZ. In 2011 werden 875 elektrische auto’s verkocht, in 2012 waren dat er al 5155. Toch is het nog steeds maar een klein deel van het totaal aan verkochte nieuwe auto’s, vorig jaar 502.000 stuks. De groei betreft vooral hybrides, auto’s die naast een elektromotor ook een verbrandingsmotor hebben. Het beperkte aandeel volledig elektrische auto’s blijft, verwachten autoproducenten. 40 procent van hen geeft aan dat vooral de vraag naar plug-in hybride voertuigen de komende vijf jaar stijgt. De pure, elektrische auto en de normale hybride variant zijn minder populair. 

Wat maakt de plug-in zo aantrekkelijk? 
Enerzijds het oplaadgemak: hij kan in het stopcontact. Anderzijds de zekerheid die de combinatie van een elektromotor en een gewone motor de eigenaar biedt dat hij zijn bestemming bereikt. De verwachting is dat vanaf 2018 elektrische auto’s aantrekkelijker worden door de verbeteringen in de actieradius door betere en meer betaalbare accu’s. Afhankelijk van het model is het bereik nu zo’n 150 kilometer. Het verklaart waarom op dit moment vooral elektrische auto’s met een zogeheten ‘range extender’ populair zijn. Deze hebben een relatief kleine verbrandingsmotor aan boord die via een generator de accu kan bijladen.

Wat is er nodig voor een échte doorbraak?
Hoge brandstofkosten stimuleren elektrisch rijden, evenals fiscale voordelen van de overheid. General Electric verwacht het wagenpark in 2015 te hebben uitgebreid met zo’n 25.000 elektrische auto’s, om milieutechnische en financiële redenen. Om elektrisch rijden te stimuleren moet volgens consultant McKinsey de actieradius van modellen omhoog en de prijs naar beneden. De accu’s maken elektrische auto’s duur ten opzichte van reguliere auto’s. De optimalisatie van de accutechnologie moet in 2025 een prijsdaling opleveren van 30 procent. Tot die tijd bieden veel automerken een constructie aan waarbij de koper de accu huurt in plaats van koopt. Betere accu’s helpen ook om range anxiety ofwel ‘bereikbibbers’ te verminderen bij gebruikers. Zo ook de toename van het aantal snellaadpalen, waarmee de auto binnen 20 minuten weer voor 80 procent kan worden opgeladen.