De Europese Centrale Bank is gestart met het doorlichten van 124 grote Europese banken. Volgens bankpresident Mario Draghi wordt deze nieuwe stresstest een stuk strenger. Klopt dit?

"Wij zullen niet aarzelen om banken te laten zakken voor de komende stresstest." Dat zei Mario Draghi, voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB onlangs over het nieuwe onderzoek waaraan 124 Europese banken komend jaar worden onderworpen. De uitslag komt in oktober volgend jaar, vlak voordat de ECB het toezicht op Europese systeembanken overneemt.
De stresstest moet duidelijk maken welke banken extra kapitaal nodig hebben om eventuele tegenvallers te kunnen opvangen. De onderzoekers kijken ook in hoeverre de banken bestand zijn tegen forse economische tegenwind, zoals een oplopende werkloosheid, dalende huizenprijzen of een achterblijvende economische groei.

Vertrouwen
Doel is voorkomen dat in de toekomst opnieuw banken met belastinggeld gered moeten worden. Ook moet de test het vertrouwen in de Europese bankensector herstellen. Volgens scheidend ECB-bestuurslid Jörg Asmussen is de komende stresstest de 'derde en laatste kans' om het vertrouwen in de Europese bankensector te herstellen. Hij verwijst hiermee naar twee eerdere stresstesten, die volgens critici niet streng genoeg zouden zijn. Zo slaagde SNS Reaal vorig jaar voor de test, enkele maanden voordat de bank werd genationaliseerd.

Spagaat
Wordt de komende stresstest daadwerkelijk een stuk strenger dan de vorige? Léon Cornelissen, chief economist bij Robeco, betwijfelt dat. "De ECB zit in een spagaat", zegt hij. "De bank kan niet te soft zijn, want dan is de stresstest een wassen neus. Volgend jaar komt 85 procent van de Europese banken onder toezicht van de ECB te staan. De ECB wil uiteraard geen lijken in de kast tegenkomen en heeft er belang bij de banken goed door te lichten. Bovendien functioneert de economie beter bij een gezond financieel systeem."

Anderzijds kan de test niet te streng zijn, aldus Cornelissen. "Dat zal er namelijk toe leiden dat er bij sommige banken veel geld bij moet; op te brengen door de belastingbetaler. Dat is politiek niet te verkopen."

Bankrun?
De rekening eenzijdig neerleggen bij schuldeisers van banken, zoals depositohouders, is volgens Cornelissen ook geen optie. "Dat brengt grote partijen, zoals verzekeraars en pensioenfondsen in problemen. Bovendien kan het leiden tot een bankrun, zoals destijds in Cyprus gebeurde."
Een te strenge test heeft vervelende consequenties, erkent Cornelissen. "Maar om geloofwaardig te zijn, moet er wel iets gebeuren."

Een ander probleem waar de ECB volgens hem mee kampt, is dat zij eigenlijk niet goed is toegerust voor de stresstest. "De ECB leunt sterk op lokale toezichthouders, maar die waren in het verleden te vriendelijk voor banken."

Compromis
Cornelissen verwacht uiteindelijk een mistig compromis, waarbij enkele kleine banken zullen sneuvelen. Hij vreest dat dit niet zal leiden tot een dramatisch herstel van het vertrouwen van de financiële markten.
Daarvoor zijn volgens Cornelissen meer stappen nodig, die wellicht pijn zullen doen. "Om de euro te redden moet er waarschijnlijk nog een behoorlijke vermogensoverdracht van noord naar zuid plaatsvinden. Dat kan via een bankenunie. Ook moet er een Europese afwikkelautoriteit komen voor de sanering van probleembanken en is er een Europees depositogarantiestelsel nodig."

Veel kritiek
Onlangs hebben de Europese leiders hiertoe een compromisvoorstel geformuleerd. Hierop is veel kritiek gekomen in de financiële pers, maar ook door de ECB. "De angst bestaat dat noodzakelijke, snelle besluitvorming niet mogelijk is door de vele betrokken beslissers. Ook vrezen critici dat individuele lidstaten te veel macht behouden om daadkrachtig optreden te voorkomen", zegt Cornelissen, die deze angst gegrond vindt.
Er zijn volgens hem dus nog wel belangrijke vervolgstappen nodig in Europa. De nieuwe stresstest is een eerste stap.