We hoeven niet bang te zijn voor deflatie, zegt hoofdeconoom Léon Cornelissen. Het economisch herstel zet naar verwachting door en de ECB neemt indien nodig maatregelen.

Toen de prijzen almaar stegen was het rentebeleid van de ECB vooral gericht op het binnen de perken houden van de inflatie. Nu, aan het begin van 2014, vrezen sommigen deflatie, oftewel dalende prijzen.

Deflatie kan een groot probleem zijn. Bij dalende prijzen kopen consumenten minder goederen, omdat zij verwachten dat deze in de toekomst goedkoper worden. Dit belemmert de groei en kan tot een recessie leiden. In Japan leidde een periode van prijsdalingen in de jaren negentig tot een 'verloren decennium'.

De huidige dreiging van deflatie is voor een groot deel veroorzaakt door het recente succes van de euro. Na jaren van zwakte, waarin de eurozone van de ene crisis in de andere rolde, heeft de euro sinds midden 2012 bijna 13% aan waarde gewonnen ten opzichte van andere belangrijke valuta's. In Japan droeg een sterke yen aanzienlijk bij aan de deflatie in de jaren negentig.

Japan-scenario niet waarschijnlijk
Robeco’s chief economist Léon Cornelissen denkt dat een ‘Japan-scenario’ niet erg waarschijnlijk is voor de eurozone. Hij noemt drie redenen. "Ten eerste maakt de eurozone een herstel door, vooral zuidelijk Europa laat een opleving zien. Sommigen denken dat het Europese herstel niet duurzaam is en dat een recessie door de aanhoudende bezuinigingsmaatregelen voor de hand ligt. Maar het is waarschijnlijker dat de doelstellingen voor het terugdringen van de begrotingstekorten worden aangepast. Ze willen dat de economieën in de eurozone eerst weer helemaal op de rails staan.”

Ook de politieke wil speelt volgens Cornelissen een rol: "ECB-president Mario Draghi heeft gezegd dat hij zich bewust is van de deflatoire risico's", zegt Cornelissen. “Nu de rente in de eurozone richting nul beweegt, is dit een helder signaal dat de ECB bereid is om indien nodig over te gaan tot speciale monetaire maatregelen. Dit zet de euro onder druk en beperkt de deflatoire risico's.”

Ten derde zijn er aanzienlijke culturele verschillen tussen de Europeanen en de Japanners, zegt Cornelissen. “De lange periode van stagnatie in Japan kan deels worden verklaard door de aard van de Japanse maatschappij. Men was bereid om te lijden in het belang van het land. Zo stoïcijns is men waarschijnlijk binnen de eurozone niet."

Bankenunie vormt het echte probleem
Een bedreiging die volgens Cornelissen wél zou kunnen leiden tot deflatie, is de trage, ontoereikende en onbevredigende voortgang richting een echte bankenunie in de eurozone, die leidt tot een trage groei.

"De link tussen zwakke banken en zwakke staten wordt niet doorbroken. De algehele gezondheid van de Europese bankensector is echter beter dan die van de Japanse. Daarom is de ongezonde tolerantie jegens zwakke banken en landen in de eurozone naar onze mening meer een langetermijnprobleem. Deze kwestie zal worden overschaduwd door het aanhoudende economische herstel, en zal er niet voor zorgen dat de eurozone in een Japans deflatiescenario belandt.”