De Nederlandse aandelenbeurs is relatief klein. Maar onderschat het opwaarts potentieel van Nederlandse bedrijven niet, zo adviseren de fondsbeheerders van Robeco Hollands Bezit. Deze bedrijven zijn vaak niet alleen duurzaam en internationaal georiënteerd, maar ook nog eens aantrekkelijk gewaardeerd.

Wie naar het buitenland reist, heeft een grote kans om de producten van Nederlandse ondernemingen tegen te komen. Bier van Heineken in Shanghai, Ben & Jerry’s ijs in New York en Sun vaatwastabletten in de Franse supermarkt. Maar ook Nederlands staal, medische apparatuur en LED-lampen worden wereldwijd geëxporteerd. Die internationale strategie is een van de aantrekkelijke kanten van veel Nederlandse bedrijven, zegt fondsbeheerder Christian Vondenbusch. Samen met Steef Bergakker is hij verantwoordelijk voor Robeco Hollands Bezit. Dat fonds belegt in Nederlandse beursgenoteerde bedrijven. ‘Veel van de aandelen in portefeuille halen het merendeel van hun omzet buiten Nederland’, zegt Vondenbusch. ‘Zo komt de omzet van supermarktketen Ahold voor bijna 70 procent uit de Verenigde Staten en haalt Unilever meer dan 50 procent van de omzet uit opkomende markten. Philips verdient bijna 98 procent van de omzet buiten Nederland en uitzendorganisatie Randstad circa 85 procent. De internationale focus van de bedrijven heeft vele voordelen. ‘De diverse afzetmarkten zorgen voor een spreiding van de risico’s,’ zegt Bergakker. ‘Ondernemingen zijn daardoor ook minder kwetsbaar voor bijvoorbeeld veranderde wet- en regelgeving in bepaalde regio’s. Een strategie die het fonds geen windeieren legt. Over de afgelopen 10 jaar wist Robeco Hollands Bezit, zowel vóór als na kosten, de AEX te verslaan.

Prijsverhogingen
Door een wereldwijde strategie zijn de bedrijven goed gepositioneerd om te profiteren van het huidige economische herstel. Vondenbusch noemt uitzendorganisatie Randstad als voorbeeld. ‘Een eerdere overname in de Verenigde Staten werpt nu zijn vruchten af. Bedrijven hebben in de crisisjaren fors gesnoeid in hun bezetting. Nu is veel tijdelijk personeel nodig om de toename van orders op te vangen.’ Een structurele verandering, weet Bergakker. ‘Het aandeel flexibele werknemers in het bedrijfsleven neemt na elke crisis verder toe.’ De twee beheerders zien de tekenen van het cyclisch herstel in diverse sectoren. Bergakker noemt staalbedrijven als Aperam en ArcelorMittal, die profiteren van de hogere uitgaven aan infrastructuur en bouw. Onder andere in Europa en de Verenigde Staten. ‘De infrastructuur-investeringen bleven door de crisis in de afgelopen jaren ruim 30 procent achter.’ Bergakker benadrukt dat de huidige stijgende vraag niet alleen voor omzetgroei zorgt. ‘Zij biedt ook de kans om weer prijsverhogingen door te voeren.’

Zwakke consumentenmarkt
Vondenbusch benadrukt dat niet alle ondernemingen op de Nederlandse beurs op hetzelfde moment aantrekkelijk zijn. Bij de invulling van de portefeuille wordt daarom rekening gehouden met de waardering en het zogeheten momentum. Vondenbusch: ‘We kijken momenteel kritisch naar de ontwikkelingen in de opkomende markten. We verwachten een bovengemiddelde groei op de lange termijn in de opkomende economieën. Feit blijft dat bedrijven op korte termijn de druk van de valutadaling in deze markten voelen. Vervolgens is het lastig voor bedrijven om de lokale prijzen te verhogen, aangezien dit weer tot lagere volumes kan leiden.’ Reden voor de fondsbeheerders om het belang in Heineken en Unilever in portefeuille te verminderen.

Duurzaamheid
Nederlandse bedrijven onderscheiden zich niet alleen door hun internationale karakter, maar ook door de focus op duurzaamheid. Zo heeft DSM zichzelf als missie gesteld dat alles wat het bedrijf doet, moet bijdragen aan een duurzame wereld. Een criterium dat de fondsbeheerders nadrukkelijk meenemen in hun analyses. Een duurzame focus is namelijk niet alleen goed nieuws voor het milieu, zegt Vondenbusch. ‘Maar ook vanuit bedrijfseconomisch perspectief. Zo slaagde Unilever er in om sinds 2008 de productiekosten met 300 miljoen euro te verlagen.’ Andere bedrijven in portefeuille die op dit terrein op hun concurrentie voorop lopen zijn Akzo, Philips en DSM. Bedrijven die een innovatieve aanpak niet schuwen. Bergakker. ‘Zo speelt Philips in op het feit dat overheden vaak maar weinig kunnen investeren in energiebesparing. Daarom biedt het bedrijf “Lighting as a Service” aan bijvoorbeeld de Amerikaanse stad Washington, DC aan. Hiermee draagt Philips de kosten van de LED-installaties, in ruil voor het achteraf delen in de energiebesparing.’