Aandelenbeleggers maken een draai van groei- naar waardeaandelen, terwijl obligatiebeleggers hun zoektocht naar rendement voortzetten. Robeco zet enkele opmerkelijke ontwikkelingen op een rij.

Beleggers zijn nog steeds op zoek naar rendement, maar stellen zich meer risicomijdend op. Die conclusie kan worden getrokken bij een analyse van de ontwikkelingen in de financiële markten over het eerste kwartaal. De drie meest in het oog springende ontwikkelingen op een rij.

1. Draai van groei- naar waardeaandelen
Aandelen kunnen op verschillende manieren worden onderverdeeld. Zo valt er een onderscheid te maken tussen waarde- en groeiaandelen. De eerste categorie bestaat uit ondergewaardeerde aandelen van gezonde bedrijven met een sterk bedrijfsmodel. Omdat ze doorgaans een vrij gematigde winststijging laten zien, zijn ze lager gewaardeerd. Maar de risico's zijn ook wat lager en de bedrijven keren vaak een aantrekkelijk dividend uit.

Aan de andere kant van het spectrum staan groeiaandelen. Deze zijn relatief hoog gewaardeerd, omdat deze bedrijven volgens beleggers een bovengemiddeld groeipotentieel hebben. Wel zijn de dividenduitkeringen meestal lager en is het beleggingsrisico hoger, omdat niet zeker is of de verwachte winstgroei ook wordt waargemaakt.

Een vaak gehanteerde maatstaf om te beoordelen of een aandeel 'duur' of 'goedkoop' is, is de koers-winstverhouding (k/w). Deze geeft aan hoeveel maal de jaarwinst van het bedrijf u voor het aandeel betaalt. Groeiaandelen hebben vaak een hoge koers/winstverhouding en gelden vaak als relatief duur. Immers, om de hoge waardering te rechtvaardigen, moet de winst de komende jaren sterk groeien. Waardeaandelen daarentegen hebben vaak een lage koers/winstverhouding.

Groeiaandelen hebben de afgelopen weken een stapje terug gedaan. Hieronder vallen veel technologie- en biotechaandelen, die vorig jaar nog uitblonken op de beurs. De draai van groei- naar waardeaandelen is ook zichtbaar in de rendementen van Robecofondsen. Global Premium Equities, dat belegt in waardeaandelen, heeft over de eerste drie maanden van dit jaar een rendement van 1,92% procent behaald. Rolinco, dat groeithema's bespeelt, blijft hierbij achter, met een negatief rendement van 1,23 procent.

2. Toenemende risico-aversie
Beleggers lijken ook meer risico's uit de weg te willen gaan. Dat wordt geïllustreerd door het verschil in prestaties tussen twee Robeco-fondsen: Emerging Conservative Equities en Emerging Markets Equities. Beide fondsen beleggen in aandelen uit opkomende markten. Het eerstgenoemde fonds spitst zich echter toe op aandelen met een lager neerwaarts risico: fondsen met een wat minder beweeglijke beurskoers, maar toch een aantrekkelijk opwaarts potentieel. Dit beleggingsfonds staat sinds de jaarwisseling 0,86 procent in de plus, tegen een negatief rendement van 2,33 procent voor Emerging Markets Equities.

3. Zoektocht naar rendement door obligatiebeleggers
De recente marktontwikkelingen laten ook zien dat obligatiebeleggers hun zoektocht naar rendement voortzetten. Risicovollere obligatiesoorten (obligaties met een opslag bovenop staatsleningen met een hoge kredietwaardigheid) waren in trek en behaalden positieve rendementen.
Zo komt het rendement van Robeco High Yield Bonds (dat belegt in obligaties met een lagere kredietwaardigheid dan 'gewone' bedrijfsobligaties) over het eerste kwartaal van 2014 uit op 2,4 procent. Investment Grade Corporate Bonds (bedrijfsobligaties met een hogere kredietwaardigheid) kwam uit op 2,14 procent en het breed gespreide obligatiefonds Rorento had een kwartaalrendement van 2,55 procent. Dit laatste fonds belegt behalve in staatsobligaties met een hoge kredietwaardigheid ook in bedrijfsobligaties en staatspapier uit de Zuid-Europese landen.

De waarde van uw belegging kan fluctueren, in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.