Ze zijn saai en nauwelijks rendabel, wordt vaak gedacht van obligaties. Niets is echter minder waar. Bovendien bestaan er vele varianten. Robeco zet in een serie artikelen de belangrijkste categorieën op een rij. Te beginnen met staatsobligaties.

1. Wat is een staatsobligatie?
Een staatsobligatie (in het Engels: government bond) is een lening die wordt uitgegeven door de overheid van een land. Deze heeft een vaste looptijd en keert periodiek, meestal jaarlijks, een rentevergoeding uit. Aan het eind van de rit betaalt de overheid de hoofdsom terug.

2. Welke soorten zijn er?
Er is volop keuze: obligaties uit de eurozone of daarbuiten, met verschillende rentetarieven en looptijden. Verder kunt u kiezen tussen losse obligaties of een obligatiefonds. Aan een obligatiefonds zijn – net als bij losse obligaties - kosten verbonden, maar daar staat wel tegenover dat uw portefeuille beter gespreid is (waardoor de risico's afnemen) en wordt beheerd door professionals.

3. Wat levert het op?
Het potentiële rendement van staatsobligaties bestaat uit twee componenten. Allereerst ontvangt u een rentevergoeding, de couponrente. De hoogte hiervan hangt af van 1) de marktrente op het moment dat de obligatie is uitgegeven, 2) de looptijd van de lening en 3) het risico op wanbetaling. Hoe groter dit risico is, hoe meer rente de overheid moet betalen. De rente op staatsobligaties uit opkomende markten is bijvoorbeeld hoger dan op schuldpapier uit Nederland of Duitsland. Ook binnen de eurozone bestaan er verschillen. Italië en Spanje moesten tot enkele maanden geleden voor hun leningen veel dieper in de buidel tasten dan Duitsland, maar het renteverschil (de zogeheten spread) is inmiddels fors geslonken. Zie ook: ‘Is de eurocrisis door zijn dieptepunt heen?’
De tweede pijler is eventuele winst bij verkoop. Obligaties hebben namelijk net als aandelen een koers. Deze wordt grotendeels bepaald door de marktrente. Als deze stijgt, dalen de obligatiekoersen doorgaans, omdat beleggers dan aantrekkelijker alternatieven hebben. Ook het marktsentiment en een eventuele ratingverhoging of -verlaging beïnvloeden de koers.

4. Wat zijn de risico’s?
Het belangrijkste risico is dat de overheid de lening niet kan terugbetalen. Overheden worden op hun kredietwaardigheid beoordeeld door ratingbureaus als Moody's, Standard & Poor's en Fitch. Op basis van onder andere het begrotingsbeleid, de geopolitieke situatie, de economische vooruitzichten en de omvang van de staatsschuld stellen zij een rating op: een risico-inschatting die wordt weergegeven met letters of cijfers. De rating varieert van AAA (zeer betrouwbaar) tot C of D (faillissement).
Wie belegt in obligaties van buiten de eurozone, loopt ook een valutarisico. Als de desbetreffende munt ten opzichte van de euro in waarde stijgt of daalt, heeft dat direct invloed op het rendement. Fondsbeheerders kunnen dit risico afdekken.
Verder loopt u een koersrisico: het risico dat uw obligatie minder waard wordt.

5. Voor wie zijn ze geschikt?
Omdat de couponrente zorgt voor stabiele inkomsten, vormen obligaties of obligatiebeleggingsfondsen die inkomsten uitkeren, vaak de basis in een beleggingsportefeuille. Staatsobligaties worden vaak beschouwd als een defensieve belegging, maar in hoeverre dit klopt, hangt af van het type lening. Degelijk Nederlands staatspapier is defensiever dan obligaties uit bijvoorbeeld Rusland of Turkije.