Sinds 12 juni is het WK voetbal in Brazilië gaande. De voetbalgekte is weer losgebarsten. In deze column staat één vraag centraal. Is het WK voetbal ook terug te zien op de beurzen?

Laat ik meteen met de deur in huis vallen. Het antwoord op deze vraag is ‘ja’. Als een land op het WK verliest, volgt de dag ná uitschakeling een negatief rendement op de beurs van dat land, aldus een mooie studie van Edmans, Garcia & Norli uit 2007.
Uit deze studie volgt nog een aantal interessante feitjes. Zo neemt het verlies op de beurs van het uitgeschakelde land toe, naarmate de wedstrijd belangrijker wordt. Vliegt een land er in de knock-out fase van het eindtoernooi uit, dan is de schade op de beurs maar liefst vier keer zo groot als wanneer een land verliest in een kwalificatiewedstrijd voorgaand aan het eindtoernooi.

Wat nu als een land wint? Dan is er geen duidelijk voetbaleffect merkbaar. Het rendement op de beurs van het winnende land wijkt niet af van het gemiddelde van de markt. Dat klinkt misschien vreemder dan het is. Voor de meeste beleggers geldt dat verlies meer invloed heeft dan winst. Het zijn vooral die slechte beleggingen die ons blij blijven. Zo kan dat ook zijn bij voetbal. Het verlies komt hard aan en dit is terug te zien op de beurs. Tel daarbij op verlies ook meer invloed heeft door de opzet van het WK. Verlies betekent in de meeste gevallen direct naar huis, terwijl winst je maar een ronde verder brengt.

Het wereldkampioeneffect
Dat laatste geldt uiteraard niet voor de finale. Bij winst mag een lang zich vier jaar lang wereldkampioen noemen. En de wereldkampioen scoort ook goed op de beurs, zo becijferde Goldman Sachs onlangs. In de eerste maand na de eindoverwinning doet beurs van de wereldkampioen het 3,5% beter dan de beurzen wereldwijd. Maar let op, daarna gaat het snel bergafwaarts. Al na drie maanden weet de beurs van de overwinnaar de andere beurzen niet langer voor te blijven. En na één jaar is het beeld zelfs compleet omgedraaid en blijft de wereldkampioen zelfs ver achter bij het mondiale gemiddelde.

Voetbalsentiment
Nog even terug naar de verliezers. Als het verlies van één land leidt tot een negatieve reactie op de beurs van dat land, wat betekent dat gedurende een heel toernooi? Immers van de 32 deelnemende landen gaan er 31 met lege handen naar huis. Ook dit is onderzocht. Kaplanski & Levy (2008) veronderstellen dat de meeste van de ‘voetbalbeleggers’ niet alleen in hun eigen land beleggen, maar ook in de grootste aandelenmarkt van de wereld, die van de Verenigde Staten. Hier komt de gezamenlijke frustratie van de verliezers samen, is de gedachte. En dat blijkt ook het geval. De Amerikaanse beurs daalt gemiddeld met 2,5% in de maand waarin het WK wordt gespeeld. En dat terwijl aandelen gemiddeld genomen juist een beetje stijgen over de periode van een maand. Kortom, verliezende voetbalbeleggers reageren zich (ook) gezamenlijk af op de beurs.

Tot slot: hoe zit het met het organiserende land? Weet dat land zich aan de negatieve tendens gedurende het WK te onttrekken? Helaas niet. Het lijkt er niet op dat de beurs van het thuisspelende land het veel beter doet. Ach, gelukkig is het in Brazilië altijd feest.