De nek-aan-nek-race om het leiderschap van Brazilië is gewonnen door de zittende president Dilma Rousseff. Zal zij erin slagen de economie van haar land uit het slop te trekken?

Zelden waren de presidentsverkiezingen in Brazilië zo spannend. Met 51,45 procent van de stemmen in de tweede ronde heeft Dilma Rousseff van de Arbeiderspartij een tweede termijn in de wacht gesleept. Ze won daarmee nipt van Aecio Neves van de sociaal-democratische PSDB.
In haar overwinningsspeech beloofde Rousseff grote veranderingen door te zullen voeren. Die lijken hard nodig, want de Braziliaanse economie – voorheen een van de snelst groeiende ter wereld – is dit jaar in een recessie beland. Ook kampt het land met een torenhoge inflatie van 6,75 procent op jaarbasis.

Investeringen
Volgens Daniela da Costa-Bulthuis, Brazilië-specialist bij Robeco, moet het groeimodel op de schop. De afgelopen decennia was de economische groei in Brazilië gedreven door de consumptie, die werd aangewakkerd door de opkomende middenklasse. Maar dit middel bleek uitgewerkt toen de wereldwijde economische crisis uitbrak. "Het is nu van belang dat Brazilië de omslag gaat maken naar een door investeringen gedreven groei", meent Da Costa-Bulthuis. "Dat zal voor Rousseff een uitdaging worden, want het staat haaks op de filosofie van haar arbeiderspartij PT, die de afgelopen jaren sterk was gericht op armoedebestrijding."

Begrotingsdiscipline
Daarnaast stuit deze omslag op praktische belemmeringen: "Onder Rousseff zijn de overheidsuitgaven al fors gestegen. Een toename van overheidsinvesteringen om de economische groei aan te wakkeren staat op gespannen voet met de noodzaak tot begrotingsdiscipline. Daarnaast staat de hoge rente nieuwe investeringen door bedrijven in de weg."

Als de overheid extra wil investeren, moet ze op andere terreinen bezuinigen of de inkomsten verhogen, bijvoorbeeld door staatsbedrijven winstgevender te laten worden, meent Da Costa-Bulthuis. Ook is het volgens haar belangrijk dat Brazilië belastinghervormingen doorvoert, om nieuwe investeerders aan te trekken. "Brazilië staat heel laag op de Ease of doing business-index van de Wereldbank: op de 116e plaats van 189 landen. De reden hiervoor is het complexe en inefficiënte belastingsysteem. Daar moet verandering in komen."

Droogte
Een ander probleem waar Rousseff tegenaan loopt, is de enorme droogte in het oosten van het land: de ergste sinds tientallen jaren. Dat brengt de energievoorziening in gevaar en dat is negatief voor de groeivooruitzichten, waarschuwt Da Costa-Bulthuis. Brazilië is namelijk voor haar energievoorziening grotendeels afhankelijk van waterkracht. Omdat de waterreserves uitdrogen, dreigt een stroomtekort.
In het noorden valt wel regen, maar door een gebrekkig elektriciteitsnetwerk wordt het industriële zuidoosten van Brazilië niet voorzien van deze extra stroom. Er zijn volgens de Brazilië-deskundige investeringen nodig voor de bouw van extra energiecentrales en voor een betere stroomvoorziening van noord naar zuid.

Corruptie
Een derde heikel thema is het corruptieschandaal rond staatsoliebedrijf Petrobras, waarvoor de regering van Rousseff door oppositiepartijen medeverantwoordelijk wordt gehouden. Da Costa-Bulthuis verwacht dat de storm voorlopig niet zal gaan liggen. "Het is een heel belangrijke kwestie. Er is 6,5 miljard euro mee gemoeid en daarmee in omvang vergelijkbaar met de corruptieschandalen rond Enron en Siemens."

Conclusie
Rousseff krijgt het dus nog zwaar. Om Brazilië weer op het groeipad te krijgen, is het van belang dat ze concrete maatregelen neemt die het ondernemingsklimaat helpen verbeteren en investeerders aantrekken, meent Da Costa-Bulthuis. Ze wil eerst daden zien. Tot die tijd blijft Robeco voorzichtig in de vooruitzichten voor dit land.