• Beurscorrectie van begin oktober snel hersteld
  • Geen wijzigingen in de assetmix
  • Aandelen blijven attractief
  • Zorgen over de economische groei voor Opkomende markten
Economische ontwikkelingen
De beurscorrectie van begin oktober leidde in Europa kortstondig tot zo’n 10% waardeverlies. Opnieuw recessieangst door tegenvallende Duitse economische cijfers was de boosdoener. Daarnaast was er teleurstelling over het uitblijven van maatregelen door de Europese Centrale Bank. Zo snel als de koersen daalden kwam ook weer het herstel. Juist door positieve geluiden uit de Amerikaanse economie: lagere werkloosheid en een hogere industriële productie. Dit gaf nieuw vertrouwen aan de markt waardoor de eerdere beursdaling in de tweede helft van oktober volledig werd goedgemaakt. Waar de FED, het Amerikaanse stelsel van Centrale Banken stopte met het opkoopprogramma van schuldpapier was het de Japanse Centrale Bank die het opkoopprogramma juist ging uitbreiden om de economie te stimuleren. Dat had een positief effect op de Japanse beurs, mede omdat de yen in waarde daalde, wat goed  is voor de Japanse export.

Opnieuw vielen er harde klappen voor grondstoffen, die het hele jaar al onder druk liggen. Olie werd onder invloed van een sterke dollar opnieuw goedkoper. Een vat Brent-olie verloor 7 dollar waardoor de prijs uitkwam op 85 dollar.

Aandelenmarkten
Aandelen blijven we voor een meer dan gemiddeld gewicht aanhouden. Ontwikkelde markten blijven nog steeds het aantrekkelijkst. We verwachten dat de economie in de VS gestaag zal doorgroeien. Voor opkomende markten worden de economische groeiverwachtingen opnieuw naar beneden bijgesteld. Rusland zakt als gevolg van de sancties steeds verder weg. De vraag is of de economie van China de groeiverwachtingen kan waarmaken. Een sterkere dollar is bovendien niet in het voordeel voor opkomende markten. We zijn daarom terughoudend voor aandelen uit deze landen.

Obligatiemarkten
De rente daalde in oktober ook weer iets, maar zat in dezelfde wilde rit als de aandelenmarkten. In de dagen van lichte paniek daalde de Duitse rente met 0,1% naar 0,75%, waarna deze in een paar dagen weer terugkwam rond de 0,85%. Obligaties werden uiteindelijk iets duurder, op obligaties van de Zuid-Europese landen na.

De lage rente zorgt ervoor dat het rendement op zowel, staats, bedrijfsobligaties als high yield eveneens laag is. Nu zijn de balansen van de bedrijven de laatste jaren sterk geworden, zodat in dat opzicht het risico laag is. Een te zijner tijd stijgende rente zal voor alle obligatiecategorieën negatief uitpakken. Staatsobligaties en bedrijfsobligaties houden we vanwege onze renteverwachting voor minder dan gemiddeld in de portefeuille. Op High Yield obligaties hebben we wel een belangrijk accent. Gezien de eerdere opmerkingen over opkomende landen zijn we ook met obligaties uit deze landen voorzichtig.

Asset mix
Aandelen+
Ontwikkelde markten+
Noord-Amerika-
Europa+
Pacific+
Opkomende markten=
Obligaties-
Staatsobligaties-
Bedrijfsobligaties-
High Yield-obligaties+


Voor een uitleg van de tekens, zie toelichting voorbeeldportefeuilles