Vorige week maakte de Europese Centrale Bank bekend over te gaan tot kwantitatieve verruiming, ook wel afgekort tot QE (Quantitative Easing). Wat is dat nou precies? En vooral: wat heeft u ermee te maken?

Kwantitatieve verruiming is een relatief nieuwe methode die centrale banken gebruiken om de economie te stimuleren. De centrale banken pompen nieuw geld in de economie. Het gaat overigens letterlijk om nieuw geld: voorheen bestond het niet in de vorm van goud of andere reserves. Het ontstaat doordat de bank de geldpers aanzet of liever gezegd: de bedragen in de computer invoert. Het is tenslotte 2015. Met het geld kopen de centrale banken bijvoorbeeld langlopende leningen van financiële instellingen op, die daardoor weer geld hebben om zelf uit te lenen of om hun eigen reserves aan te vullen. Dit moet ervoor zorgen dat een economie weer begint te groeien en deflatie wordt voorkomen.

Resultaat
De meningen over het effect van kwantitatieve verruiming zijn verdeeld. De Fed (de Amerikaanse centrale bank) begon jaren geleden al met QE. Nu de economie in de VS aantrekt, zeggen voorstanders dat de inzet van QE daar (op zijn minst gedeeltelijk) aan bijgedragen heeft. Inflatie, economische groei en soms zelfs huizenprijzen zouden dankzij QE ten positieve gekeerd zijn. Maar anderen beweren dat niet veel zinnigs te zeggen valt over het effect van QE en dat er geen bewijs is dat het werkt. En de effecten voor de lange termijn zouden helemaal onzeker zijn.

Inzet
Toch kiest de ECB ervoor kwantitatieve verruiming in te zetten als instrument tegen de lage inflatie. Lage inflatie kan namelijk omslaan in deflatie en dat betekent dat prijzen gaan dalen. Consumenten wachten met de aanschaf van goederen omdat ze erop rekenen dat die goederen nog goedkoper zullen worden. Consumptie neemt af in plaats van toe en de economie komt in een neergaande spiraal. De ECB ziet het liefst een inflatie van ongeveer 2% per jaar.

Dus?
Vriend en vijand zijn het eens dat van QE in ieder geval op korte termijn een stimulerende werking uitgaat. Beleggers kunnen hiervan profiteren. Europese aandelen bijvoorbeeld zijn in 2014 achtergebleven bij aandelen in andere delen van de wereld. Als de economie in eerste instantie groeit, kunnen ze een inhaalslag maken. En cyclische bedrijven, die gevoelig zijn voor ontwikkelingen in de economische cyclus of conjunctuur, deden het goed in de zes maanden nadat een centrale bank had gemeld tot kwantitatieve verruiming over te gaan.

Voorbeelden van cyclische bedrijven zijn uitzendbureaus en bouw- en staalbedrijven.
Voor spaarders kunnen Draghi's plannen ongunstig uitpakken. Omdat er meer geld in omloop komt, kan de toch al ongekend lage rente in theorie nog lager worden, waardoor sparen minder aantrekkelijk wordt. Lenen en hypotheekschulden daarentegen kunnen goedkoper worden. En als de ECB staatsobligaties opkoopt, zou de koers daarvan kunnen stijgen vanwege de toegenomen vraag.

Maar de verwachtingen over de langere termijn doen toch sterk denken aan de weersverwachtingen: het kan vriezen, het kan dooien…