In de tweede helft van 2014 begon de olieprijs scherp te dalen en op 13 januari werd een dieptepunt bereikt. Een vat ruwe olie kostte niet meer dan 47,50 dollar, minder dan de helft van de prijs in januari 2012. In de VS was melk zelfs flink duurder dan benzine. Inmiddels loopt de prijs weer wat op. Wat is dat toch met die olieprijs?

Met de winning van schalie-olie en –gas proberen de Verenigde Staten hun afhankelijkheid van de OPEC-landen te verkleinen. En dat lijkt behoorlijk te lukken. Het grote aanbod van het gas en de olie die in de Verenigde Staten uit steenlagen worden gewonnen was zo groot, dat de prijs van olie op de wereldmarkt er de lasten van ondervond. Of de lusten; dat hangt er natuurlijk vanaf of je olieproducent of olieconsument bent. Bovendien zakte de vraag naar olie in door een afzwakkende groei van de economie. Vooral in de opkomende markten viel de groei tegen ten opzichte van de verwachtingen. En minder vraag heeft nu eenmaal een prijsremmend effect.

Normaal gesproken schroeven de OPEC-landen in dergelijke omstandigheden de productie terug, waardoor er minder aanbod is en de prijs dus weer kan stijgen. Maar in dit geval bleven OPEC- landen op hun handen zitten. De Saoedi’s verlaagden zelfs de prijzen. Ze houden de Verenigde Staten en andere schalie-olieproducenten verantwoordelijk voor de lage prijs. Door niets te doen, zitten zij deze landen in de weg. Met de lage prijs hopen de OPEC-landen marktaandeel te heroveren of te veroveren. Dat blijkt te werken, want in een aantal landen is oliewinning aanzienlijk goedkoper dan de winning van schalie-olie. Soms zijn de kosten bij schaliewinning zelfs hoger dan de opbrengsten. Winning van een vat olie kost in Saoedi Arabië slechts 19 dollar per vat. En de meeste OPEC-landen kunnen zich wel iets veroorloven: ze hebben aanzienlijke financiële reserves opgebouwd.

De markt is zich op dit moment aan het herstellen: de olieprijs stijgt weer. Of de stabilisatie tijdelijk of blijvend is, is nog niet te bepalen. Door de stijgende prijzen wordt het winnen van schalie-olie weer interessanter. Omdat de productiecyclus maar vijftien weken beslaat, kan de sector zich snel herstellen. Toch verwachten analisten hoe dan ook een stabilisering van de markt. Enerzijds zal die komen van een wereldwijd herstellende economie, zo is de verwachting. Daarnaast ontstaat er binnen de kring van OPEC-landen druk om de prijzen toch weer te beïnvloeden door de productie terug te schroeven. OPEC-lid Venezuela bijvoorbeeld staat aan de rand van de financiële afgrond en kan de lage olieprijs niet langer aan.

Hoe dan ook: de schommelingen in de olieprijs (de ‘volatiliteit’) zijn heftiger dan anders - behalve bij het begin van de Golfoorlog- en niemand kan voorspellen hoe lang dat nog duurt.

De consument spint er voorlopig goed garen bij. De benzine is goedkoop en de rente is laag, omdat de inflatie mede dankzij de lage olieprijs laag blijft. Nadeel van die lage rente is dat spaargeld ook weinig opbrengt. Voor beleggers zijn de verwachtingen voor 2015 nog redelijk positief. Aan beleggen zijn wel kosten en risico’s verbonden. Wie verstandig is, belegt alleen met geld dat hij niet per se nodig heeft.