• Olieprijs daalt door voorlopige overeenkomst Iran en het Westen
  • ECB opkoopprogramma doet obligatierentes verder dalen
  • Ondanks aandelenrally, in euro’s gemeten, blijven we nog positief
  • Voorkeur voor aandelen Asia-Pacific
  • Neutrale positie voor China en andere opkomende landen

Economische ontwikkelingen
Europa was in maart in de ban van de aankopen van staatsobligaties door de Europese Centrale Bank. De planning is om voorlopig iedere maand voor circa 60 miljard euro aan te kopen om de inflatie in Europa van de 0% grens weg te trekken. Na de start op 9 maart daalden de Europese rentes verder. Omdat de ECB naar obligaties van alle looptijden kijkt en de obligaties met langere looptijden nog een enigszins aantrekkelijk rendement bieden, was daar de grootste rentedaling te zien.

De Europese economische cijfers geven aan dat het in de meeste landen beter gaat. Ons continent wordt geholpen door een lagere olieprijs en een lagere euro. Het gevolg is dat de productiekosten afnemen en de exporten toenemen. In Europa groeit de economie, wat enkele dagen na de start van het opkoopprogramma de vraag opriep of er meteen moest worden ‘getaperd’ (naar Amerikaans voorbeeld, het afbouwen van het steunprogramma). Dit lijkt voorbarig, aangezien er van inflatie nog lang geen sprake is.

De oorzaak van de lagere olieprijs was te vinden in de voorlopige overeenkomst tussen Iran en het Westen over het Iranese nucleaire programma en het opheffen van de sancties. Dit betekent dat Iran weer olie mag gaan exporteren met een nog lagere prijs tot gevolg. Dit zal de wereldeconomie verder kunnen stimuleren.

In de Verenigde Staten draait de economie iets stroever. Of dit, zoals wordt verwacht, tijdelijk is, zal in de komende maanden moeten blijken. De lonen in de VS stijgen en daarmee dus ook de persoonlijke consumptie. De Fed, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, blijft voorzichtig als het gaat om een renteverhoging. Die wordt niet voor de zomer verwacht.

De dollar werd weer sterker ten opzichte van de euro en noteerde eind van de maand rond de 1,08. Dit jaar is de euro al ruim 11% goedkoper vergeleken met begin van het jaar. De Europese eenheidsmunt daalt trouwens tegenover vrijwel elke buitenlandse valuta, onder andere als gevolg van de verruimende maatregelen van de Europese Centrale Bank.

Aandelenmarkten
Aandelenmarkten waren verdeeld in de maand maart. Europese beurzen werden omhooggestuwd onder aanvoering van Duitsland (+5,6%) en Italië (+4,5%). Ook de Japanse beurs liet met een winst van 2,8% een mooi rendement zien. Opkomende markten, met de Chinese aandelenmarkt ver voorop (hier lijkt een heuse ‘aandelen bubble’ in de maak) stegen eveneens. Eigenlijk waren de Amerikaanse beurzen de enige die teleurstelden. De S&P500 index daalde met -1,6%, waardoor ook de brede wereldindex (MSCI World) met een negatief rendement de maand uitging.

In euro’s gemeten hebben aandelen een forse rally achter de rug. De vraag is of we de top van de aandelenmarkten hebben bereikt. Of de koersen nog hoger kunnen, hangt van een aantal variabelen af. Over de toestand van de wereldeconomie zijn we niet al te negatief. De lagere olieprijs bijvoorbeeld is op langere termijn positief. Daar staat tegenover dat aandelen niet goedkoop zijn, hoewel in vergelijking met andere beleggingscategorieën zoals obligaties de waardering wel weer meevalt. Per saldo zijn we nog positief voor aandelen.

In de categorie aandelen hebben we een voorkeur voor ontwikkelde markten ten opzichte van opkomende markten. Gegeven de huidige economische ontwikkelingen hebben we een lichte voorkeur voor Asia Pacific boven Amerika. De macro-economische vooruitzichten voor opkomende landen blijft zwak. China valt terug qua economische groei en de huizenprijzen dalen. Om toch wat te verdienen gaat men de aandelenbeurs op, die steeds meer speculerende Chinezen aantrekt. Andere opkomende landen presteren ook matig. Daarom zijn we neutraal voor deze categorie.

Obligatiemarkten
Het ECB opkoopprogramma heeft de eerste weken de markten niet teleurgesteld. De rentes zijn verder omlaag ‘geduwd’. Het rendement op een 10-jarige Nederlandse Staatslening bijvoorbeeld bedraagt ongeveer 0,33%. In Duitsland is dit tarief inmiddels gedaald naar 0,17%. Aangezien de druk op de rente in Europa voorlopig nog aan zal houden, geven we de voorkeur aan Europese obligaties met een langere looptijd. Zo kan men profiteren van de verwachte rentedaling voor obligaties met een langere looptijd. In Amerika is iedereen voorbereid op een verhoging van de rente, maar de Fed lijkt hiermee geen haast te maken. Bedrijfsobligaties nemen we iets minder dan gemiddeld in portefeuille en high yield obligaties juist iets meer.


Asset mix
Aandelen+
Ontwikkelde markten+
Noord-Amerika=
Europa=
Pacific+
Opkomende markten=
Obligaties=
Staatsobligaties=
Bedrijfsobligaties-
High Yield-obligaties+


Voor een uitleg van de tekens, zie toelichting voorbeeldportefeuilles