• Snelle rentestijging ondanks ECB opkoopprogramma
  • Griekenland versus Europa blijft onzekerheid geven
  • Aandelen: voorkeur voor ontwikkelde markten
  • Macro-economische vooruitzichten voor opkomende landen zwak
Economische ontwikkelingen
April was aanvankelijk een maand met dalende rentes en stijgende aandelenkoersen. Onder invloed van de Europese Centrale bank, die EUR 60 mld per maand aan obligaties koopt, zakten de Europese rentes naar waardes van bijvoorbeeld 0,075% voor een Duitse 10-jaars obligatie. Voor Duitse leningen met een looptijd van 30 jaar werd op een bepaald moment minder dan 0,5% vergoeding gegeven. Stel u voor: 100 euro 30 jaar lang uitlenen en hiervoor 30 jaar lang slechts 50 eurocent rente per jaar ontvangen!. De ommekeer die halverwege de maand werd ingezet, loog er niet om. Rap stonden de rentes voor alle looptijden een stuk hoger. De rente voor 10 jaar steeg van de bodem van 0,075% naar 0,37% (een vervijfvoudiging!) en steeg in het begin van mei verder door tot boven 0,5%.

De sterke rentestijging lijkt te maken te hebben met het versneld terugdraaien van posities van beleggers die rekenden op een verdere daling van de rente. Daardoor was er juist een versterkt opwaarts effect op de rente. De verbeterende economische cijfers uit Europa werden overschaduwd door oplopende spanningen rondom Griekenland. Hoewel het land op korte termijn diverse schulden moet afbetalen, blijven de Grieken pokeren en de rest van Europa tot het uiterste drijven. Zowel Europa als Griekenland is niet bereid concessies te doen. Een mogelijk vertrek van Griekenland uit de eurozone is niet langer een taboe, maar brengt wel onzekerheid met zich mee. Dit zorgde voor een koersdaling op de aandelenmarkten.

Elders in de wereld droegen de macro-economische cijfers evenmin bij aan een positief sentiment. In de Verenigde Staten draait de economie matig. Of dit tijdelijk is, zal in de komende maanden moeten blijken. De Fed, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, blijft voorzichtig als het gaat om een renteverhoging. Deze wordt nu tegen het einde van het jaar verwacht. Hoewel de dollar door het verwachte uitstel eind april terrein verloor, werkt de gestegen dollar nog steeds negatief door in de bedrijfswinsten.

De olieprijs steeg sterk in april. Met een stijging van tegen de 20% voor een vat Brent-olie, voor Amerika de belangrijke WTI-olie zelfs nog iets meer, beweegt de notering rond de $60-$70 dollar; de hoogste koers tot nu dit jaar. De euro werd in de loop van april eerst nog zwakker tegenover de dollar, maar bereikte aan het eind van de maand een niveau van 1,12. Ook ten opzichte van de meeste andere valuta in de wereld trok de euro aan.

Aandelenmarkten
Voor aandelen was april een maand met twee gezichten. Na een positief begin, waren aan het eind van de maand Europese aandelenmarkten over de gehele linie gedaald. De Duitse aandelenmarkt verloor ruim 5%. In de VS was het net iets beter, daar sloot de markt +1%. China en Hong Kong stegen fors door, al heeft dat weinig met de kracht van de onderliggende economie te maken. Andere opkomende landen presteerden ruim beter dan ontwikkelde markten.

Aandelen houden we voor een meer dan gemiddeld gewicht in de portefeuille. We zijn niet bezorgd over de tijdelijke teruggang in de VS, omdat we verwachten dat de economie in de komende kwartalen aantrekt. Ook onder invloed van de lagere olieprijs - wat wereldwijd een pluspunt is - en hogere lonen. Aandelen zijn relatief duur, maar dat geldt voor meerdere beleggingscategorieën.

Binnen aandelen hebben we een voorkeur voor ontwikkelde markten. Vanwege de sterke koersstijgingen en de onrust rondom Griekenland, beginnen Europese aandelen wel hun glans te verliezen. Japanse aandelen krijgen nog steeds steun van de centrale bank. Als de onrust in Europa aanhoudt, zullen beleggers Amerikaanse aandelen weer in het vizier krijgen.

De macro-economische vooruitzichten voor opkomende landen blijven zwak. China valt terug qua economische groei en de huizenprijzen dalen. Om toch wat te verdienen gaat men de aandelenbeurs op, die dus steeds meer speculerende Chinezen aantrekt. Andere opkomende landen presteren economisch gezien ook matig, hoewel de aandelenbeurs soms het tegenovergestelde doet vermoeden. Daarom zijn we voorzichtig met deze categorie.

Obligatiemarkten
Hoewel er op zich weinig is veranderd in het ECB beleid, waarbij ECB president Draghi nog eens herhaalde dat het obligatie-opkoopprogramma volledig zal worden uitgevoerd, keerden in april de rentes volledig tegen het ECB beleid in. Griekenland is een aandachtspunt, maar bij grotere onzekerheid in de markt verwacht je niet dat de rente in Duitsland fors stijgt. Het lijkt erop dat dit meer ‘technisch’ van aard is dan dat er fundamenteel iets is veranderd. Daarnaast is een aantal beleggers hun winsten aan het veiligstellen. Aangezien de situatie niet overzichtelijk is, hebben we het accent op langer lopende Europese staatsobligaties afgebouwd, om even af te wachten wat de rentemarkten gaan doen. We houden nog wel vast aan onze hoger dan gemiddelde weging in high yield obligaties en handhaven de onderweging voor hoogwaardige bedrijfsobligaties.

Asset mix
Aandelen+
Ontwikkelde markten+
Noord-Amerika=
Europa=
Pacific+
Opkomende markten=
Obligaties=
Staatsobligaties=
Bedrijfsobligaties-
High Yield-obligaties+


Voor een uitleg van de tekens, zie toelichting voorbeeldportefeuilles