• ECB president Draghi houdt vast aan het obligatie opkoopprogramma
  • Kapitaalmarktrentes blijven onder druk
  • Griekenland weer volop in de actualiteit
  • Aandelen naar een gemiddeld gewicht; risicobeperking

Economische ontwikkelingen
De eind april ingezette scherpe stijging van de kapitaalmarktrentes ging in mei nog even door, waarna de financiële markten zich enigszins stabiliseerden. Op zich past een stijgende rente in Europa niet bij het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De bank koopt immers sinds begin maart elke maand voor EUR 60 miljard aan obligaties op. De hoeveelheid geld in de economie neemt hierdoor toe, zodat geld ‘dus’ goedkoper moet worden. Ofwel: je mag dan een daling van de rente verwachten. Aan de andere kant wezen de uitgekomen cijfers de laatste tijd wel op een verbetering van het economische klimaat. Dit ondersteunt dan weer een stijging van de rente. Hoewel er geen 100% waterdichte verklaring voor is, kunnen we stellen dat de daling van de belangrijke Duitse rente naar bijna 0% overdreven was. Net als de forse stijging vanaf dat niveau naar 0,72%.

Griekenland was deze maand opnieuw een belangrijk onderwerp. De Grieken moesten een kleine schuld afbetalen, wat met het nodige kunst-en-vliegwerk ook lukte. Voor de komende maanden staan veel grotere bedragen op de rol die moeten worden terugbetaald. De vraag is of dat gaat lukken. Onderhandelingen hierover hebben de hele maand voortgeduurd, zonder dat er een concrete oplossing is gekomen. De markt lijkt echter ‘murw gebeukt’ door het voortdurende Griekenland nieuws. Een eventueel Grieks faillissement of een uittreding uit de eurozone zal ongetwijfeld tot vuurwerk op de beurzen leiden.

In de Verenigde Staten kon de balans van het cijferseizoen worden opgemaakt. De bedrijfswinsten zijn nog steeds in orde, hoewel deze niet door meer verkopen tot stand zijn gekomen. Opvallend was dat Amerikanen minder uitgeven en juist meer zijn gaan sparen. De lonen stijgen, maar niet al te hard. De teruggang in de economie, met 0,7% in het eerste kwartaal, wordt door de markt als tijdelijk gezien.

De olieprijs bewoog per saldo niet veel. Het waren vooral industriële metalen zoals koper en aluminium die zo’n 10% in prijs daalden. Goud werd echter 0,5% duurder. De ontwikkeling van de euro liep min of meer parallel aan die van de kapitaalrente. Ten opzichte van de Amerikaanse dollar werd de euro eerst duurder tot US$ 1,14, maar zakte in de tweede helft van de maand terug tot onder US$ 1,10.

Aandelenmarkten
Als we kijken naar de brede MSCI Wereldindex, dan sloten aandelen de maand af met een winst van 2%. Japan was koploper en schreef 5,3% bij. De Amerikaanse markt noteerde een winst van 1,2% De Europese beurzen presteerden wisselend: Italië behaalde een mooie winst van 3,8%, maar Duitsland sloot de maand met een daling van 0,2%, af.

De Aziatische aandelenrally kreeg geen vervolg. Van de grote opkomende landen wist alleen India positief te eindigen en verloren grote landen zoals Rusland en China. Het hele jaar al zien we dat opkomende landen minder goed presteren, hoewel de rendementen van aandelen wereldwijd bekeken wel positief zijn.

Gezien de onzekerheden rondom Griekenland, nemen we een voorzichtiger standpunt in. Aandelen gaan daarom naar een gemiddelde weging. We verwachten dat de beweeglijkheid van de aandelenmarkten de komende periode zal toenemen. We hebben al een periode van stijgende aandelenmarkten achter de rug. Daarom kiezen wij ervoor de risico’s iets terug te brengen.

Binnen aandelen hebben we een voorkeur voor ontwikkelde markten. Voor Europese aandelen zijn we voorzichtiger geworden. Vanwege de sterke koersstijgingen en de aanhoudende onrust rondom Griekenland is er weinig ruimte om te verrassen met goede cijfers. We zijn positiever geworden voor Amerikaanse aandelen. We verwachten dat de Amerikaanse economie zal aantrekken na de tijdelijke winterdip. Japanse aandelen krijgen nog steeds steun van de centrale bank. Ook voor Japan zijn we dus positief.

De macro-economische vooruitzichten voor opkomende landen blijven nog steeds zwak. We blijven voorzichtig met deze categorie.

Obligatiemarkten
In april sprintte de rente vanaf de tot nu toe laagst geziene niveaus scherp omhoog. Dit patroon zette zich in de eerste helft van mei voort. De belangrijke Duits tienjaarsrente steeg naar 0,72% en zakte daarna weer terug naar ongeveer 0,50%. De geleidelijke daling na de snelle stijging kon niet voorkomen dat obligaties een negatief rendement behaalden. Beleggers keerden zich door de onrust in Griekenland vooral af van Zuid-Europese obligaties, die in mei zo’n 2% inleverden.

President Draghi van de ECB herhaalde het onlangs nog weer eens: het obligatie-opkoopprogramma zal volledig worden uitgevoerd. Na het uitkomen van een aantal economische cijfers ontstond hierover enige twijfel, maar de ECB-steunoperatie kunnen we als een vaststaand feit bestempelen. Daarom verwachten we dat de druk op de rentes zal blijven bestaan. De Europese economische cijfers zijn weliswaar verbeterd, maar ze geven geen tegendruk aan de dalende rente als gevolg van de ECB aankopen. We houden vast aan een neutrale weging voor staatsobligaties en een hoger dan gemiddelde weging in high yield obligaties. Hoogwaardige bedrijfsobligaties geven we een gemiddeld gewicht.

Asset mix
Aandelen=
Ontwikkelde markten+
Noord-Amerika+
Europa-
Pacific+
Opkomende markten=
Obligaties=
Staatsobligaties=
Bedrijfsobligaties=
High Yield-obligaties+


Voor een uitleg van de tekens, zie toelichting voorbeeldportefeuilles