We zijn over de helft van het jaar. Als ik terugkijk, krijg ik het gevoel dat ik even bij moet komen. Halverwege 2016 hebben de redacties voor de eindejaaroverzichten al genoeg materiaal om meer dan een avondvullend televisieprogramma te maken. Over de vluchtelingencrisis, aanslagen, V&D failliet, het Zika-virus, de jojoënde olieprijs, drones, Noord Korea, overlijden van Johan Cruyff, Max Verstappen, de Panama papers, nog meer aanslagen, negatieve rente én natuurlijk het referendum in het Verenigd Koninkrijk dat tot een ‘Brexit’ leidde. En dit is slechts een kleine selectie van wat er gebeurde. Dan moet de Amerikaanse verkiezingsstrijd tussen Hillary Clinton en Donald Trump nog gaan beginnen. Pffff.

Schokbestendig
Voor beleggers verliepen de eerste zes maanden zeer roerig. Het nut van spreiding heeft zich in die periode weer eens laten zien. Beleggers met een wereldwijd goed gespreide portefeuille over de categorie aandelen, obligaties, vastgoed en spaargeld kunnen tegen een stootje.
Het tempo waarin de aandelenkoersen tot medio februari daalden was niet prettig. Daar stond tegenover dat het obligatiebelang die daling voor een deel compenseerde. Al is de rente historisch laag, als de rente maar beweegt, kunnen obligatiefondsen daar op inspelen en toch nog een aantrekkelijk resultaat behalen.

Theorie en praktijk
Door de koersdaling van – in dit geval - de aandelen kan een portefeuille uit balans raken. De balans die u, al dan niet in overleg, hebt gekozen op basis van wat u op termijn wilt bereiken en hoeveel risico u daarvoor wenst te nemen. Vooral dat laatste is belangrijk. De meeste beleggers weten dat je enig risico moet nemen om een bepaald rendement na te streven. Maar de theorie (hoeveel procent kan mijn samenstelling theoretisch tussentijds dalen bij normale marktomstandigheden) en de ervaring van het werkelijke gevoel dat het vermogen in korte tijd inderdaad veel daalt, kan per persoon tot verschillende reacties leiden. Van berusting tot complete paniek.

Terug naar af
Professionele maar ook ervaren beleggers zullen die momenten juist aangrijpen om de portefeuille te herbalanceren. Daarmee vergroten ze de kans om het beoogde eindresultaat alsnog te behalen op het moment dat de financiële markten weer gaan herstellen. In ons voorbeeld ga je dan je goed presterende obligaties afbouwen ten gunste van het aandelenbelang. Hoeveel procent? Dat hangt af van de uitgangspunten die uw uiteindelijke risicokeuze bepaalden. Minder ervaren beleggers hebben hier vaak moeite mee. Ze vinden het een tegennatuurlijke handeling. Omgekeerd gebeurt ook, dat het belang in aandelen na een goede periode van koersstijgingen procentueel ‘te zwaar’ weegt in de portefeuille. Zonder het te beseffen kan daardoor het neerwaarts risico van de portefeuille hoger worden dan men bij de start wenselijk vond. Dan moet je je goed presterende aandelen afbouwen ten gunste van de andere beleggingscategorieën.
           
Omdat veel beleggers voor de lange termijn rendement nastreven, hoeft het beoordelen van je portefeuille geen dagelijkse bezigheid te zijn. Maar na wijzigingen in persoonlijke omstandigheden en grote beursbewegingen is een periodieke balansdag zinvol om te zorgen dat je portefeuille weer een tijd vooruit kan. Bijvoorbeeld om zonder zorgen de zon op te gaan zoeken. Fijne zomer!

Deze column is eerder verschenen op DFT.nl