Na twee decennia van flinke economische groei is de vaart er al een tijdje uit bij opkomend Europa. “Polen, Hongarije en Tsjechië moeten opletten, want ook de Brexit vormt een risico op lange termijn”, stelt Wim-Hein Pals, portefeuillemanager van Robeco Emerging Markets Equities.

In het kort:
  • Opkomend Europa is de klap van de crisis nog niet echt te boven
  • Subsidie naar opkomend Europa krimpt door Brexit
  • Structurele economische en politieke veranderingen zijn noodzakelijk
“De economieën van Polen, Hongarije en Tsjechië groeien nog wel harder in vergelijking met ontwikkeld Europa, maar liggen onder het gemiddelde van vóór de financieel-economische crisis en zijn laag vergeleken met sommige opkomende landen in Azië.” Dat constateert Wim-Hein Pals, samen met Dimitri Chatzoudis manager van het Robeco Emerging Markets Equities fonds.

Groeibriljant hapert
Tijdens de crisis van 2008-2009 was Polen nog het enige land in de Europese Unie dat niet in een recessie terechtkwam. De economische groeibriljant glom van trots. Maar nu hapert de economie en het economisch beleid is wispelturig. “Polen heeft aantrekkelijke en groeiende ondernemingen, maar het beleid van de huidige regering zorgt voor te grote onzekerheid om daarin te beleggen”, vertelt Chatzoudis. “Dat geldt in mindere mate ook voor Hongarije.”

Geld uit Brussel
Toen Polen, Hongarije en Tsjechië in 2004 lid werden van de Europese Unie, kwam er voor West-Europese en andere buitenlandse bedrijven een bestendig investeringsklimaat. “Er was politieke stabiliteit en met geld uit Brussel kon de infrastructuur worden verbeterd. Met zijn ruim 38 miljoen inwoners lonkte Polen als grote afzetmarkt”, vertelt Chatzoudis. Omgekeerd werd West-Europa, en met name Duitsland, een belangrijke markt voor goederen en diensten uit de nieuwe EU-lidstaten. De economie groeide in deze landen na 2004 harder dan het gemiddelde in de EU.

Matige groei
“De crisis raakte bedrijven in West-Europa echter hard en nadien volgde een matige economische groei”, vertelt Chatzoudis. “Investeringen in Centraal- en Oost-Europa droogden op en de export van Oost- naar West-Europa nam af. Rusland leek zich voor opkomend Europa tot een alternatieve afzetmarkt te ontwikkelen. Daar kwam sinds de zomer van 2014 met de daling van de olieprijs een einde aan”.

Subsidie krimpt
Meest recent trekt de Brexit een wissel op opkomend Europa. “Het Verenigd Koninkrijk is een belangrijke financier van de EU. Het lijkt uitgesloten dat andere Europese landen meer gaan betalen als de Britse bijdrage wegvalt. Wat betekent, dat de subsidie naar opkomend Europa krimpt. Dit is een langetermijnrisico voor Polen, Hongarije en Tsjechië”, voorziet Chatzoudis.

Veranderingen zijn nodig

Chatzoudis en Pals stellen dat met name Polen diepgaande economische en politieke veranderingen nodig heeft. Een opleving van de (West)-Europese economie is onvoldoende voor herstel. Chatzoudis: “Polen scoort op belangrijke punten laag in vergelijking met andere landen in opkomend Europa. Het demografische plaatje is ongunstig. Investeringen zijn beperkt en daar staat ook nog eens weinig particulier spaargeld tegenover. De arbeidsproductiviteit is laag en uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling zijn gering. Hongarije en Tsjechië doen het iets beter.”

*Dit artikel beperkt zich tot de EU-landen Polen, Hongarije en Tsjechië.