We gaan steeds later met pensioen. Wat kunt u doen als u toch op 65-jarige leeftijd wil stoppen met werken?

Met 65 jaar met pensioen gaan, is er voor de meeste mensen niet bij. De leeftijd waarop we recht krijgen op een AOW-uitkering, loopt de komende jaren op tot 67 jaar in 2021. Daarna wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
Tegelijkertijd wordt het steeds lastiger om vervroegd met pensioen te gaan. Wie toch op 65-jarige leeftijd stopt met werken, heeft minder aanvullend pensioen opgebouwd bij zijn werkgever. En de levensloopregeling waarmee werknemers fiscaal vriendelijk konden sparen voor een vervroegd pensioen, is afgeschaft.

Extra sparen

Om toch eerder met pensioen te kunnen heeft u dus aanzienlijk meer geld nodig dan vroeger: u moet enkele maanden of jaren AOW overbruggen en extra sparen om de verminderde pensioenopbouw te compenseren. Daarnaast is sowieso al extra geld nodig voor uw pensioenpotje, want het kabinet-Rutte besloot onlangs voor iedereen de jaarlijkse belastingvrije pensioenopbouw met 0,5 procent te verlagen.

Hoeveel moet u eigenlijk opzij leggen om op 65 jaar te stoppen met werken? Dat is niet eenvoudig te zeggen, want het antwoord hangt af van uw persoonlijke situatie:
  • uw pensioenopbouw
  • uw AOW-leeftijd en levensverwachting, en natuurlijk
  • het toekomstige uitgavenpatroon.

"Het benodigde bedrag kan sterk variëren", zegt Jolanthe van Rooijen, onafhankelijk financieel planner en vestigingseigenaar van Your Financials in Houten. "De een heeft nu eenmaal een andere levensstijl dan de andere."

Voorbeelden

Om toch een indicatie te geven noemt ze twee rekenvoorbeelden. Rutger is 45 jaar. Hij moet eigenlijk doorwerken tot 67 jaar. Als hij toch met 65 jaar met pensioen wil, moet hij 33.000 euro bruto per jaar bij elkaar sparen om deze twee jaar te overbruggen. Dit komt neer op 20.000 euro netto per jaar, ofwel 40.000 euro in totaal.
Als hij nu wil beginnen met sparen, moet hij de komende twintig jaar maandelijks netto ongeveer 118 euro opzij leggen, uitgaand van een rendement van 3 procent per jaar.
Zijn collega Pieter is 50 jaar. Hij heeft nog vijftien jaar om te sparen en zal maandelijks 171 euro opzij moeten leggen, om twee jaar eerder met pensioen te kunnen. Als Rutger en Pieter al wat spaargeld hebben, hoeven ze uiteraard minder opzij te leggen.

Vrije tijd

Bij de berekening van het benodigde inkomen wordt meestal uitgegaan van 70% van uw gemiddelde salaris. Dat lijkt redelijk, omdat veel mensen dan hun huis hebben afbetaald en geen geld meer kwijt zijn aan (studerende) kinderen. Maar Van Rooijen vraagt zich af of pas-gepensioneerden wel echt minder zullen uitgeven. "Je hebt meer vrije tijd en gaat leuke dingen doen: weekendjes weg, vaker uit eten, vaker op vakantie en op stap met de kleinkinderen."
De echte omslag in het uitgavenpatroon komt volgens haar pas rond de tachtig jaar. "Dan krijg je te maken met hogere zorgkosten. Bovendien wil je waarschijnlijk ook wat nalaten voor je kinderen en dus niet teveel interen op je eigen vermogen."

Een handig hulpmiddel om te berekenen hoeveel u later kunt verwachten, is de website mijnpensioenoverzicht.nl. Hier vindt u een totaaloverzicht van uw AOW en pensioen(en). Bedenk wel dat dit systeem niet 100 procent waterdicht is: de gegevens worden aangeleverd door pensioenuitvoerders. Niet elk overzicht is even actueel en het kan gebeuren dat oude pensioenen in het overzicht ontbreken.

Plan tijdig

Van Rooijen wijst erop dat het belangrijk om tijdig te plannen. "Anders ben je te laat om bij te sturen en moet je je uitgaven drastisch gaan verlagen om voldoende pensioen op te bouwen."

Zie ook: Stappenplan Eerder met Pensioen