Veel pensioenpremies gaan volgend jaar omlaag. De euro’s die niet in de pensioenpot worden gestopt, ontvangt de werknemer vaak in de vorm van een iets hoger loon. Wellicht het begin van of een aanvulling op een eigen pensioenspaarpot.

Vanaf 2015 mogen werknemers per jaar minder fiscaal vriendelijk sparen voor hun pensioen. Volgens het kabinet is dat mogelijk omdat de AOW-leeftijd is verhoogd. De redenering is simpel: werknemers werken langer en bouwen dus meer pensioen op. Dan kun je per jaar wel iets minder pensioensparen.
Volgens de Nederlandsche Bank en het kabinet is deze maatregel goed voor de economie. Het mes snijdt aan twee kanten. De overheid krijgt meer belasting binnen, omdat minder pensioenpremies mogen worden afgetrokken. Daarnaast ontvangen werknemers meer loon. Dat geld geven ze uit en daar profiteert de Nederlandse economie weer van.

Praktijk valt tegen

In de praktijk valt deze positieve impact tegen omdat lang niet alle fondsen hun premie zullen verlagen. Sommige pensioenfondsen hanteren bijvoorbeeld al een lage opbouw die past binnen die nieuwe fiscale beperking. Andere fondsen verlagen de premie niet omdat ze nog wat meer vet op de botten moeten krijgen.
De pensioenpremie wordt doorgaans opgebracht door de werkgever en de werknemer. Meestal komt tweederde van de premie voor rekening van de werkgever, voor de rest draait de werknemer op. Wat merkt de werknemer van een verlaging? Stel dat de premie met 5 procentpunt daalt bij de hier beschreven standaardpensioenregeling. Het inkomen is 45.000 euro. Jaarlijks daalt de premie die de werknemer moet afdragen, met zo’n 120 euro. Uitgaande van 42 procent inkomstenbelasting ontvangt de werknemer circa 5 euro per maand meer.
Dit bedrag kan twee- tot driemaal hoger uitvallen als de premieverlaging van de werkgever ook wordt doorgegeven aan het personeel. Over de verdeling van de premievrijval onderhandelen vakbonden en werkgevers. Ze kunnen samen besluiten het geld deels te gebruiken voor de verbetering van andere arbeidsvoorwaarden.

Eigen pensioenpotje

Pensioenregelingen worden de komende jaren steeds soberder. Door de premieverlaging bouw je minder pensioen op. Verder is het pensioenresultaat steeds meer afhankelijk geworden van de behaalde beleggingsrendementen. Werkgevers springen niet meer bij als de rendementen lager uitvallen dan verwacht.
Door deze versobering in combinatie met de pensioenverlagingen bij veel fondsen en het niet indexeren van de pensioenen wordt duidelijk dat een goed pensioen niet langer een zekerheid is. Daarom is het geen slecht idee meevallers, zoals vrijvallende pensioenpremies of een loonsverhoging, te gebruiken om een eigen pensioenpotje aan te leggen.

Maar hoe?

Omdat het vaak nog tientallen jaren duurt voordat werknemers op 67-jarige leeftijd met pensioen gaan, is een geschikte manier om geld opzij te zetten. Bij deze methode wordt bijvoorbeeld elke maand 100 euro in een breed gespreide portefeuille ingelegd. Voordeel van een vast bedrag is dat je meer aandelen (in aantal) koopt als de koersen laag zijn, en minder als de beurs hoog staat. Hierdoor schaf je de aandelen aan tegen een gemiddelde prijs.