Wie met pensioen gaat, krijgt vaak te maken met een forse achteruitgang in inkomsten. De uitgaven dalen dan niet mee, of slechts met een aanzienlijke vertraging, omdat ze min of meer ‘vast’ en onvermijdelijk zijn. Hoe los je dat probleem op voordat het zich voordoet en je pijnlijke maatregelen moet nemen?

Pensionering houdt in: structureel minder inkomen ontvangen aan AOW en opgebouwde pensioenrechten, dat is nu eenmaal een ‘fact of life’. Je kunt daarop anticiperen of er naartoe werken: een appeltje voor de dorst aanleggen, zelf extra vermogen opbouwen, of zorgen dat je vaste lasten al dalen voor het bereiken van de pensioenleeftijd. Bijvoorbeeld door je hypotheek tijdig af te lossen. Neem je niet tijdig maatregelen, dan doemt het probleem op dat je 30% of zelfs meer aan inkomen derft, terwijl je lasten nog een aantal jaren op het oude peil blijven.

Lager belastingtarief

Menigeen denkt dat hij ‘gered’ wordt doordat hij na zijn pensioendatum in een lager belastingtarief valt. Daarom maken veel werkende 60’ers zich geen zorgen, maar is dat terecht? Dat belastingvoordeel voor gepensioneerden vult het gat dat ontstaat vaak maar ten dele op. Als je netto-inkomen daalt naar 70% van het salaris waaraan je vele jaren gewend was, gaat de huur van je woning opeens een aanzienlijk hoger percentage van je netto-inkomen uitmaken.

Bezuinigen

Je hebt niet zomaar een goedkopere woning en bovendien ben je aan een bepaalde buurt gewend, dus die geef je ook niet zomaar op. Dus moet je op andere dingen gaan bezuinigen, maar als je net een nieuwe auto op afbetaling hebt gekocht omdat de oude aan vervanging toe was, wil je die ook niet meteen verkopen. Ook een woninghypotheek die nog niet is afgelost, kan opeens als een steen op de maag liggen. Bovendien nemen sommige kosten zelfs toe na je pensionering: denk bijvoorbeeld aan de kosten voor gezondheid. Ook aan vrije tijd wordt vaak meer geld besteed als daarvoor meer tijd is.

Buffer voor de eerste pensioenjaren

Een oplossing voor dit budgetprobleem is het opbouwen van een buffer voor de eerste (en indien gewenst: ook verdere) pensioenjaren. Wie bijvoorbeeld in de tien of vijftien jaar voor zijn pensioen maandelijks een relatief klein bedrag opzij legt (door te sparen en/of beleggen), kan een leuk potje opbouwen voor na de pensioendatum. Als u gaat beleggen moet u bereid zijn risico te lopen over uw inleg. Houd er rekening mee dat beleggingen ook kunnen dalen. Daarnaast kan beleggen meer kosten met zich meebrengen dan sparen.

Niet meteen beknibbelen

Met zo’n potje hoeft er niet meteen beknibbeld te worden op  vakantie(s), de auto en de woonlasten, en kunnen onverwachte tegenvallers worden opgevangen. En als je bang bent dat je daar de discipline niet voor hebt, is het verstandig je geld periodiek in te leggen. Zo bouw je bijna ongemerkt de buffer op waar je later een hoop plezier van kunt hebben. Beter mee verlegen dan om verlegen.