Op 1 april moet uw aangifte bij de Belastingdienst liggen. De volgende tips helpen u geld besparen.

1. Overweeg middeling
Heeft u sterk wisselende inkomsten, bijvoorbeeld vanwege ontslag, pensionering of schommelende resultaten als ondernemer? Dan kan een verzoek tot belastingmiddeling interessant zijn. Uw inkomen over drie aaneengesloten jaren wordt dan bij elkaar opgeteld en gedeeld door drie. Als de nieuwe belastingbedragen lager uitpakken dan de oorspronkelijke, krijgt u het verschil terug.

2. Betaal hypotheekrente vooruit
Dezelfde redenering gaat op bij de optie om hypotheekrente vooruit te betalen. Betaalt u belasting over uw spaar- en beleggingsgeld (box 3) en verwacht u volgend jaar in een lagere belastingschijf te vallen? Dan kan het voordelig uitpakken als u dit jaar een deel van de hypotheekrente van 2015 vooruitbetaalt. U kunt dan deze hypotheekrente nog aftrekken tegen het hogere belastingtarief. Bovendien betaalt u minder vermogensbelasting. Let wel: u mag maximaal zes maanden rente vooruitbetalen.

3. Breng dividendbelasting in mindering
Op dividenduitkeringen wordt 15 procent belasting ingehouden. Deze kunt u verrekenen met de te betalen vermogensbelasting in box 3. Zie dit niet over het hoofd, want anders betaalt u dubbel belasting. Uw bank of vermogensbeheerder verstrekt een overzicht van ingehouden dividendbelasting.

4. Let goed op aftrekposten
In diverse aftrekposten is de afgelopen jaren flink gesnoeid. Toch loont het de moeite om alle aftrekposten even na te lopen.
Voor huizenbezitters vormt de hypotheekrente een belangrijke aftrekpost. Ook de kosten die zijn gemaakt om de hypotheek te verkrijgen, zoals afsluitprovisie, taxatiekosten en notariskosten voor verkrijging van de hypotheekakte, zijn aftrekbaar. Dit geldt echter niet voor zaken als makelaarsprovisie, overdrachtsbelasting en premies voor de opstalverzekering. Verbouwingskosten zijn evenmin aftrekbaar. Maar als u hiervoor een lening heeft afgesloten, mag u de rente hierover wèl aftrekken.

Aan ziektekosten valt voor de meeste mensen weinig eer te behalen. U mag namelijk alleen kosten die niet worden vergoed door de zorgverzekering of andere instanties in mindering brengen. De verzekeringspremie en het eigen risico vallen daarbuiten. Bovendien geldt er een drempel, die voor hogere inkomens vrij hoog is.

Ook de aftrekmogelijkheden voor een studie of cursus voor het werk of een toekomstig beroep zijn fors beperkt. U mag alleen nog maar de verplichte kosten van een opleiding aftrekken, zoals cursusgeld en verplichte leermiddelen. Bij leermiddelen moet het bovendien gaan om spullen die u exclusief voor de studie gebruikt. Een gewone laptop valt hier bijvoorbeeld niet onder. Bovendien geldt ook hier een drempel. Deze bedraagt 250 euro.

Voor giften aan een goed doel geldt eveneens een drempel: 1 procent van het inkomen, met een minimum van 60 euro. U mag wel alle giften aan goede doelen bij elkaar optellen en die als aftrekpost opgeven.

5. Maak bezwaar tegen de WOZ-waarde
Bezwaar maken tegen de WOZ-waarde kan behoorlijk lonen, want deze woningwaarde dient als grondslag voor de gemeentelijke belastingen en de erfbelasting. Bovendien moet u bij de inkomstenbelasting 0,6 procent van de WOZ-waarde bij uw inkomen optellen als eigenwoningforfait. Als de WOZ-waarde na een bezwaarprocedure met 15.000 euro omlaag gaat, hoeft u 90 euro minder bij te tellen, waardoor u met een belastingtarief van 42 procent bijna 40 euro voordeliger uit bent.
Let wel op: bij uw aangifte over 2013 moet u de WOZ-beschikking met peildatum 1 januari 2012 gebruiken.

Tot slot: hoewel de Belastingdienst veel gegevens al voor u heeft ingevuld, is het belangrijk alles te checken, want u blijft verantwoordelijk voor uw eigen aangifte.