Hebt u extra inkomen nodig? Bijvoorbeeld als aanvulling op uw pensioen? Denkt u erover om hiervoor uw beleggingsportefeuille te gebruiken? U kunt dan bijvoorbeeld de hele portefeuille verkopen en het geld op een spaarrekening zetten. Dat heeft als voordeel dat u precies weet waar u aan toe bent. Het nadeel is de lage rente, en ook kan uw vermogen snel wegsmelten door inflatie.

Er is ook een andere aanpak mogelijk. U kunt af en toe kleine stukjes van uw beleggingen verkopen. Als uw beleggingsportefeuille een goed rendement heeft, kunt u alleen het rendement opnemen. In dat geval kan de portefeuille inkomen uitkeren zonder zelf kleiner te worden. Het nadeel is dat niet zeker is of de waarde van uw beleggingen gaat stijgen of dalen. De kans bestaat immers dat uw vermogen in waarde daalt. Het voordeel is dat u wel de mogelijkheid houdt om een goed rendement te behalen.

Strategie
Als u besluit om af en toe kleine stukjes van uw beleggingen te verkopen, is het belangrijk om een goede strategie te hebben en te weten hoeveel u kunt verkopen. Alles staat of valt met het zogenoemde ‘onttrekkingspercentage’. Dit is het deel van de beleggingsportefeuille dat u jaarlijks kunt verkopen zonder dat dit invloed heeft op de portefeuille zelf. Hierbij spelen diverse factoren een rol. Belangrijk zijn allereerst het rendement op de korte termijn en op de lange termijn. Ook spelen de inflatie en fiscale aspecten een rol. Al deze factoren kunnen variëren. Dit maakt het lastig om het onttrekkingspercentage vast te stellen.

Onderzoek
Er is echter wetenschappelijk onderzoek dat enig houvast biedt. Er is het onderzoek van econoom en financieel planner William P. Bengen. Daarnaast is er de zogenoemde Trinity Studie. Dit is een onderzoek van de Trinity Universiteit in San Antonio in de Verenigde Staten.

Vier procent
Beide onderzoeken komen tot de conclusie dat vier procent het ideale percentage is dat men aan een beleggingsportefeuille kan onttrekken. Op die manier kunnen beleggingen onder specifieke omstandigheden dertig jaar lang voor inkomen zorgen. Bengen gaat uit van een portefeuille met 50% aandelen en 50% obligaties. Trinity gaat uit van 75% aandelen en 25% obligaties.

Vuistregel
Beide onderzoeken houden rekening met de inflatie en met grote dalingen op de financiële markten. Veel adviseurs hanteren vier procent daarom als vuistregel. Maar vanaf het tweede jaar kan worden besloten het onttrekkingspercentage aan te passen vanwege de inflatie. Moet de koopkracht van een klant op peil blijven? Dan kan het nodig zijn om het percentage te verhogen.

Kritiek
Er is ook kritiek op de studies van Bengen en Trinity. Zo is in de studies geen rekening gehouden met de kosten van vermogensbeheer. Daarnaast is het percentage van vier procent geen garantie voor succes. In het onderzoek van Trinity realiseerde 98% van de beleggers voldoende rendement. Twee procent van de beleggers had onvoldoende rendement en kreeg te maken met een tekort aan inkomen. De vuistregel van vier procent is daarom vooral een startpunt dat kan helpen bij het bepalen van uw eigen strategie.