Het is verstandig geld opzij te leggen om financiële tegenslagen te kunnen opvangen. Maar hoe groot moet deze buffer eigenlijk zijn?

Veertig procent van de Nederlanders heeft (vrijwel) geen geld opzij gelegd om financiële tegenslagen te kunnen opvangen. Als de maandbegroting nét sluitend is en een spaarpotje ontbreekt, kan het eerste zuchtje tegenwind (zoals een kapotte cv-ketel) direct tot problemen leiden. 
 
Dure decembermaand
Een buffer aanleggen is dus verstandig. Maar hoeveel heeft u eigenlijk nodig? Voor een goede berekening is het belangrijk onderscheid te maken tussen voorziene uitgaven op de korte tot middellange termijn – zoals de dure decembermaand en kosten voor woningonderhoud of bijvoorbeeld de vervanging van een wasmachine – en onverwachte grote tegenslagen. Denk daarbij aan ontslag en daaropvolgende werkloosheid.
Voor de eerste categorie heeft iedereen volgens het Nibud een buffer nodig van minimaal 3.550 euro. Heeft u een koophuis, auto of kinderen, dan is een ruimer spaarpotje nodig. Hoe ruim dat potje moet zijn, is te berekenen met de Nibud BufferBerekenaar.
 
Inkomensachteruitgang
Daarnaast is het verstandig extra geld achter de hand te hebben om eventuele inkomensachteruitgang te kunnen opvangen. Roger van Stuyvenberg, onafhankelijk financieel planner en vestigingseigenaar van Your Financials in Amsterdam, vindt de vuistregel van vijf tot zes maandinkomens als buffer redelijk. "Een alleenstaande met een netto maandinkomen van 1.800 euro gaat er bij werkloosheid 450 euro netto op achteruit. Bij een buffer van 11.000 euro kan hij de eerste twee jaar overbruggen zonder in zijn uitgaven te hoeven snijden", zo rekent hij voor.
 
Gezinssamenstelling
Van Stuyvenberg wijst erop dat niet alleen de hoogte van het inkomen van belang is, maar ook de gezinssamenstelling. "Anders dan vaak wordt gedacht, zijn alleenstaanden vaak kwetsbaarder dan echtparen. Bij hen drukken de woonlasten forser op het inkomen en komen arbeidsongeschiktheid of werkloosheid harder aan. Bij echtparen kan inkomensverlies bij de één vaak gedeeltelijk worden opgevangen door de ander."
 
Stappenplan
Voor het berekenen van een buffer adviseert hij eerst de hoogte van inkomen en uitgaven in kaart te brengen en vervolgens te berekenen hoeveel u maandelijks kunt sparen. "Als dit niets is, kijk dan of u in de kosten kunt snijden." De volgende stap is bepalen welke doelen u heeft en hoeveel u nodig heeft om deze te bereiken. “Maak hierbij onderscheid tussen lange- en kortetermijnspaardoelen", zegt Van Stuyvenberg. Hij adviseert bij een salarisverhoging de helft te gebruiken om het spaarbedrag te verhogen. Ook is het belangrijk de verleiding te weerstaan om tussentijds geld op te nemen.
 
Bijverzekeren
Wie nog geen ruime buffer heeft, kan zich tegen de risico's van inkomensachteruitgang verzekeren. Volgens Van Stuyvenberg bestaan er bijvoorbeeld goede collectieve aanvullende. Voor huiseigenaren en huurders kan een woonlastenverzekering een goede oplossing zijn. Deze biedt dekking bij een inkomstenterugval door bijvoorbeeld werkloosheid of arbeidsongeschiktheid.