Uit een inventarisatie van de NOS blijkt dat bij een groot aantal pensioenfondsen de dekkingsgraad weer stijgt. Toch zegt dat maar weinig over je uiteindelijke pensioen in de toekomst.

De dekkingsgraad is een maatstaf die laat zien hoe pensioenfondsen aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen. Is deze lager dan 100 procent, dan heeft het fonds niet genoeg in kas om de pensioenen van de deelnemers uit te keren. Er is genoeg geld in kas bij de pensioenfondsen om nu aan alle verplichtingen te voldoen, maar op termijn raakt de bodem van de pensioenpot in zicht. Bij een dekkingsgraad onder 105 procent zijn fondsen verplicht maatregelen te nemen om het dreigende tekort te herstellen. Dit kan door premieverhoging, bevriezen van de indexatie of het korten van de aanspraken van de pensioengerechtigden. Dat laatste zorgt ervoor dat er bij pensionering minder pensioen wordt uitgekeerd.
 
Goed nieuws
De stijging van de dekkingsgraad tot boven de door de Nederlandsche Bank aangegeven veilige grens is dus goed nieuws. De kans op kortingen is daarmee gedaald. Bovendien zijn pensioenfondsen eerder in staat de uitkeringen aan te passen aan de inflatie. Toch is het zaak niet te vroeg te juichen. Er zijn nog altijd pensioenfondsen met een te lage dekkingsgraad. Dat betekent dat voor de deelnemers in die fondsen de zorgen niet voorbij zijn. 
 
Aandelenmarkten
Houd er ook rekening mee dat pensioenaanspraken altijd met onzekerheden blijven omgeven. Nu wordt een deel van de stijging van de dekkingsgraad veroorzaakt door beter presterende aandelenmarkten en daarmee de beleggingen van de fondsen. De rekenrente die de pensioenfondsen moeten gebruiken is gestegen. De verplichtingen van de fondsen zijn daardoor – op papier – minder hoog geworden. Een hernieuwde daling van de rente en tegenvallende rendementen op het pensioenfondsvermogen kunnen de dekkingsgraad in de toekomst weer negatief beïnvloeden.