In deze dure vakantiemaanden is het prettig extra geld achter de hand te hebben. Ook voor onverwachte tegenslagen is het verstandig om een buffer aan te leggen. Hoeveel heeft u nodig?

Zeker in onzekere tijden is het verstandig om extra geld opzij te zetten voor financiële tegenslagen. Organisaties als het Nibud geven richtlijnen voor de omvang van deze buffer. Maar mensen verschillen. Hoeveel heeft u nodig als appeltje voor de dorst?

1. Waarom heb ik een buffer nodig?
Als de gemiddelde maandbegroting nét sluitend is en een spaarpotje ontbreekt, kan het eerste zuchtje tegenwind, zoals een kapotte wasmachine, u direct in problemen brengen. U komt bijvoorbeeld rood te staan of moet een dure lening afsluiten. Bij grotere financiële tegenslagen kunnen zelfs schulden ontstaan. Het is daarom geen overbodige luxe om een buffer aan te leggen.

2. Hoeveel adviseren deskundigen om opzij te zetten?
Een vaak gehanteerde vuistregel is vijf tot zes maandsalarissen. Het Nibud adviseert alleenstaanden om minimaal 3.550 euro aan spaargeld te hebben. Bij een kinderloos echtpaar ligt de ondergrens op 4.000 euro en bij een echtpaar met één kind op 4.400 euro.
Dit is een minimumbuffer, uitsluitend bedoeld om de noodzakelijke inventaris te vervangen en dure maanden op te vangen. De aankoop van een nieuwe auto en woningonderhoud vallen hier buiten.
Dit is wel inbegrepen in de referentiebuffer: het bedrag dat vergelijkbare huishoudens hebben gespaard. De hoogte van deze bedragen hangen af van de leefsituatie. Een alleenstaande met een huurhuis, zonder auto en een besteedbaar maandinkomen van 1.500 euro, heeft gemiddeld 5.000 euro achter de hand: ruim drie maandinkomens. Bij een echtpaar met twee kinderen, een koophuis en auto en een maandinkomen van 3.000 euro, bedraagt de gemiddelde buffer 27.750 euro. Dit komt overeen met bijna tien maandsalarissen.

Op de website van het Nibud kunt u de minimum- en referentiebuffers voor uw situatie berekenen.

3. Hoeveel heb ik nodig?
Deze bedragen hoeven niet te stroken met uw eigen situatie. Bent u benieuwd welke buffer bij u past, maak dan eerst een overzicht van uw spullen, zoals meubels, apparatuur en een auto. Noteer vervolgens hoeveel u hiervoor heeft betaald en schat de resterende levensduur in. Zo kunt u berekenen hoeveel u maandelijks moet reserveren voor vervanging.

Voor regulier onderhoud aan uw woning, zoals schilderwerk, adviseert de Vereniging Eigen Huis over de eerste 100.000 euro woningwaarde 1.000 euro per jaar te reserveren en over de rest 0,33 procent, naar boven afgerond. Voor een huis van 200.000 euro moet u dan jaarlijks circa 1.400 euro opzijzetten.
De benodigde buffer voor groot onderhoud, zoals vervanging van kozijnen, hangt af van de materialen en de staat van de woning. Reken hiervoor op grofweg 300 euro per maand. Een indicatie van de kosten vindt u op deze site.

4. Beschermt deze buffer mij ook tegen inkomensachteruitgang?
Deze buffer is niet bedoeld om inkomensterugval, door bijvoorbeeld werkloosheid of pensionering, op te vangen. Ook voor calamiteiten als brand of ziekte of inbraak, biedt dit spaarpotje geen soelaas. Daarvoor zijn verzekeringen een beter alternatief. Denk bijvoorbeeld aan een inboedel- of collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering. Of aan een woonlastenverzekering, die huiseigenaren dekking biedt tegen een tijdelijke inkomstenterugval.

5. Hoe kan ik de buffer het best aanleggen: met sparen of beleggen?
Voor de minimumbuffer is een spaarrekening zonder beperkende voorwaarden de veiligste oplossing. Heeft u meer opzij gelegd en kunt u dat bedrag eventueel missen, dan valt beleggen te overwegen. Hieraan kleven meer risico's, maar beleggen levert op de langere termijn meestal meer op dan sparen*. Vooral voor spaardoelen op langere termijn, zoals een studie voor de kinderen of een aanvulling op uw pensioen, kan beleggen een interessante optie zijn.

*De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.