De kabinetsplannen voor komend jaar gaan verder op de ingezette lijn dat burgers steeds meer zelf verantwoordelijk worden voor hun gezondheid, oudedagvoorziening en vermogen. Wat gaat 2015 u brengen?

Na jaren van koopkrachtdaling, ziet het financiële plaatje er komend jaar voor de meeste mensen iets gunstiger uit. De gemiddelde Nederlander kan dan 0,5 procent netto meer besteden, zo blijkt uit berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB). Alleenstaande ouders met een minimumloon gaan er het meest op vooruit: hun koopkracht stijgt met 10 procent. Kostwinnersgezinnen met een modaal inkomen en echtparen met AOW plus een inkomen van 10.000 euro moeten het meest inleveren: respectievelijk 2,5 en 1,75 procent.
Omdat de koopkrachtplaatjes behoorlijk kunnen afwijken van individuele situaties, is het verstandig om uw eigen situatie goed onder de loep te nemen. Wat kunt u zoal verwachten?

Voor iedereen
Het tarief voor de eerste schijf van de inkomstenbelasting stijgt met 0,25 procentpunt naar 36,5 procent. Dat is een minder forse toename dan aanvankelijk was voorzien. Verder wordt de algemene heffingskorting sneller afgebouwd naarmate het inkomen hoger wordt.
De arbeidskorting (een belastingkorting voor iedereen die werkt) stijgt, bovenop de verhoging die al eerder is doorgevoerd. In totaal loopt het voordeel op tot ongeveer 500 euro. Voor hogere inkomens pakt de maatregel licht negatief uit.
Wie nog een tegoed heeft uit de levensloopregeling, maakt aanspraak op 20 procent belastingvrijstelling bij opname. Voorwaarde is wel dat u het volledige resterende tegoed ineens opneemt.
We moeten komend jaar opnieuw dieper in de buidel tasten voor zorg. Het verplichte eigen risico stijgt met 15 euro naar 375 euro. De jaarpremie voor de zorgverzekering neemt naar verwachting met circa 120 euro toe. Daarnaast wil het kabinet meer besparen op de zorgtoeslag.

Voor huizenbezitters
Ongeveer 1,1 miljoen woningen in ons land staan 'onder water'. Om het voor deze huizenbezitters makkelijker te maken om te verhuizen, gaat de maximale periode waarin zij de rente op een restschuld mogen aftrekken omhoog van tien naar vijftien jaar.
Daarnaast worden twee tijdelijke maatregelen die de doorstroming op de woningmarkt moeten bevorderen permanent gemaakt. Mensen die hun vorige huis nog niet hebben verkocht, mogen drie jaar lang de hypotheekrente voor beide woningen aftrekken. Dit was vroeger twee jaar. Ook blijft het mogelijk om opnieuw hypotheekrenteaftrek te krijgen als uw woning te koop staat en tijdelijk verhuurd is geweest.
Ander goed nieuws is dat het verlaagde btw-tarief van 6 procent voor arbeidskosten voor renovatie en herstel van woningen met een half jaar wordt verlengd tot 1 juli 2015.
Daar staat tegenover dat er een einde komt aan de tijdelijk verruimde belastingvrijstelling van 100.000 euro voor schenkingen voor de eigen woning. De vrijstelling gaat weer terug naar 51.407 euro en wordt dan weer beperkt tot schenkingen van ouders aan kinderen.

De eerder ingezette route naar meer verantwoorde kredietverlening wordt voortgezet. De maximale hoogte van de hypotheek ten opzichte van de woningwaarde (de loan-to-value-ratio) gaat wederom met 1 procentpunt omlaag en komt uit op 103 procent. Het maximale tarief voor hypotheekrenteaftrek wordt met nog eens 0,5 procentpunt verlaagd, naar 51 procent. De opbrengst wordt teruggesluisd door een verlenging van de derde schijf van de inkomstenbelasting.

Voor ouders
Het stelsel van kindregelingen wordt vereenvoudigd en versoberd van elf naar vier regelingen: de kinderopvangtoeslag, de combinatiekorting, het kindgebonden budget en de kinderbijslag.
Ouders die hun baan verliezen houden vanaf volgend jaar nog zes maanden recht op kinderopvangtoeslag. Dat is nu nog drie maanden. De kinderbijslag wordt wederom niet geïndexeerd. Er komt 160 miljoen euro extra beschikbaar voor het kindgebonden budget.
Sparen voor de studie van uw kind wordt nog belangrijker. Vanaf 1 juli 2015 maakt de basisbeurs plaats voor een sociaal leenstelsel. De aanvullende beurs blijft wel bestaan en stijgt bovendien met 100 euro per maand. Ook de OV-jaarkaart voor studenten blijft in tact. Deze wordt ook beschikbaar voor alle mbo-ers.

Voor ouderen
Ouderen moeten zich voorbereiden op financiële tegenslag. Veel aanvullende pensioenen worden beperkt geïndexeerd of soms zelfs gekort. Ook worden ouderen niet langer gecompenseerd voor de verhoging van de zorgpremie voor niet-werkenden. Daarnaast wordt de AOW-leeftijd met nog eens één maand verhoogd, naar 65 jaar plus drie maanden.
Verder wordt ingegrepen in de AOW-partnertoeslag. Vanaf 1 april kunnen AOW-gerechtigden geen toeslag meer krijgen voor een partner die nog geen AOW-ontvangt. Dit geldt alleen voor nieuwe gevallen.
Komend jaar gaan gepensioneerden er volgens ramingen 0,25 tot 1,75 procent op achteruit.
In 2016 ziet het er nog somberder voor hen uit. Dan verdwijnt de ouderentoeslag, een extra vrijstelling in box 3 voor ouderen met een laag inkomen. Ook gaat dan de ouderenkorting met ongeveer 80 euro omlaag.

Voor automobilisten
De bijtelling van 14 procent voor zuinige auto's verdwijnt. Daarnaast zal de accijns op brandstof meestijgen met de inflatie.