De naasten verzorgd achterlaten, dat wil iedereen. Maar de voorbereidingen worden vaak uitgesteld. Een overlijden heeft daardoor soms grote financiële gevolgen voor partner en kinderen. Een inventarisatie van beschikbare middelen en hiaten kan dit voorkomen.

Overheidsregelingen voor weduwen en wezen zijn in de laatste jaren flink versoberd. Volgend jaar wordt de regeling opnieuw verder beperkt. Nabestaanden geboren vóór 1950 hebben recht op een uitkering volgens de Algemene Nabestaandenwet (Anw). Die is nu circa 900 euro per maand netto. Wie in 1950 of daarna is geboren, krijgt alleen een uitkering als er kinderen onder de 18 jaar worden verzorgd of als er sprake is van 45 procent of meer arbeidsongeschiktheid. De uitkering is dan circa 1.085 euro per maand netto. Voor wezen jonger dan 18 jaar ontvangt de ouder maximaal 649 euro per maand, afhankelijk van hun leeftijd. Zijn er andere inkomsten, dan wordt de uitkering gekort.

Bij de werkgever
De meeste werknemers bouwen bij hun werkgever een partnerpensioen op. Dit zorgt bij overlijden voor een maandelijkse uitkering aan de achterblijvende partner en kinderen onder de 21 jaar, mits de partner is aangemeld bij het pensioenfonds. Op mijnpensioenoverzicht.nl staat waar de partner recht op heeft. Afhankelijk van de regeling is dat meestal 70 procent van het te bereiken ouderdomspensioen. Is er een tijd parttime gewerkt, dan kan de uitkering flink lager uitvallen. Is er sprake van een eerder huwelijk, dan is een deel van de uitkering mogelijk bestemd voor de ex van de overleden partner.

Beperkt tot 100.000 euro
Houd er ook rekening mee dat de belastingvrije opbouw van het nabestaandenpensioen – net als het ouderdomspensioen – volgend jaar wordt beperkt tot 100.000 euro. Zo kan op termijn een gat ontstaan tussen het huidige salaris en het partnerpensioen. Naast het partnerpensioen is er bij de werkgever misschien een collectieve overlijdensrisicodekking of een regeling die zorgt voor een aanvulling op het partnerpensioen. Ondernemers met een eigen pensioenregeling kunnen een eventuele regeling voor nabestaanden vinden in de polis. Is er een arbeidsongeschiktheidsverzekering? Dan keert die bij overlijden vaak ook een bedrag aan de partner uit.

Woonlasten
De inventarisatie is compleet als duidelijk is wat er zelf is opgebouwd. Afhankelijk van de voorwaarden kunnen bijvoorbeeld een lijfrentepolis of een zogeheten woonlastenverzekering uitkeren. Huiseigenaren hebben bovendien vaak een overlijdensrisicodekking die is gekoppeld aan de hypotheek. In een spaarhypotheek is dat altijd het geval. Controleer wat de verzekering bij overlijden uitkeert. Vaak wordt automatisch de hypotheek afgelost, soms slechts een deel. Daardoor dalen de woonlasten van de achterblijvende partner.

Levensstijl
Vraag is of de achterblijvers met het totaal van alle regelingen en andere middelen hun levensstijl kunnen behouden. Dat is immers meestal de wens. Overbrug eventuele hiaten op korte termijn door het afsluiten van een overlijdensrisicodekking. Die kost vaak enkele tientjes per jaar. Zo blijven de partner in een verdrietige periode financiële zorgen bespaard.
Voor lange termijn is het belangrijk om vermogen op te bouwen, bijvoorbeeld door te sparen of te beleggen. Vermogen biedt meer vrijheid en flexibiliteit dan bijvoorbeeld overheidsregelingen.