Het kan nog lang duren voordat de spaarrente weer gaat oplopen. Ook op andere delen van financiële markten ligt het rendement voorlopig wat lager dan waaraan iedereen gewend is geraakt.

De rente op een spaarrekening is bij alle banken onder de 1% gedoken. Nederlanders mogen weinig hoop koesteren dat daar binnenkort verandering in komt, waarschuwt Lukas Daalder, CIO van Robeco Investment Solutions: “De korte rente wordt bepaald door het monetair beleid van de Europese Centrale Bank. Dat is er sinds het dieptepunt van de kredietcrisis in 2008 op gericht om de economische groei zoveel mogelijk aan te wakkeren door het hanteren van een extreem lage rente en het opkopen van staatsobligaties. Aan die koers zal de ECB in ieder geval tot volgend jaar vasthouden.”

ECB loopt achter op Fed
In de Verenigde Staten – waar de Centrale Bank tijdens de kredietcrisis voor dezelfde strategie koos als de ECB in Europa - werd de rente eind 2015 voor het eerst in negen jaar weer verhoogd. “Het beleid van de ECB loopt echter circa anderhalf jaar achter op dat van de Fed”, legt Daalder uit: “Dat komt omdat Europa circa twee jaar na de kredietcrisis ook de eurocrisis te verwerken kreeg. Als grote economische tegenvallers uitblijven, ligt het voor de hand dat de ECB in de loop van volgend jaar stopt met het opkopen van obligaties. Daarna zou eind 2017 of begin 2018 wellicht de eerste renteverhoging kunnen volgen.”

Sparen of staatsobligaties?
Hoewel een renteverhoging nog enige tijd op zich laat wachten, is een spaarrekening lang niet zo’n slechte keuze als dat de lage rentestand doet vermoeden. “Vroeger lag de spaarrente een stuk hoger, maar dat geldt ook voor de inflatie”, plaatst Daalder de situatie in perspectief: “Bovendien is sparen in veel gevallen een veiligere keuze dan het kopen van langlopende staatsobligaties.”

De rente op Duitse staatsobligaties met een looptijd van tien jaar is half juni voor het eerst negatief geworden. Die obligatierente wordt niet alleen bepaald door het beleid van de ECB, maar ook door de inflatieverwachtingen. Als de inflatieverwachtingen weer gaan stijgen, zullen de obligatiekoersen dalen. In dat geval moet de moeilijke keuze gemaakt worden om de staatsobligaties met verlies te verkopen of ze tot het eind van de looptijd vast te houden en in de tussentijd veel rendement mis te lopen. Deze markt is dan ook echt het werkterrein voor actieve beheerders.

Meer rendement, meer risico
“Bij Robeco waarschuwen we al enige tijd dat de verwachte beleggingsrendementen voor de komende jaren lager liggen dan de percentages waaraan mensen in de afgelopen decennia gewend zijn geraakt”, vat Daalder samen. “Wie toch op zoek wil naar een wat hoger rendement, moet wat meer risico nemen. Dat kan bijvoorbeeld door wat meer te beleggen in bedrijfsobligaties of in aandelen. Voor die laatstgenoemde categorie geldt dat de winstontwikkeling niet heel gunstig is en dat de economie traag groeit. Daar staat echter tegenover dat op de beurzen in Europa, Japan en opkomende markten de waardering aantrekkelijk is.”