De snelle daling van de spaarrente wordt veroorzaakt door het beleid van de Europese Centrale Bank. Beleggen kan een alternatief zijn voor spaarders die risico kunnen en willen nemen met hun geld om uitzicht te krijgen op een wat hoger rendement. Maar wie voor beleggen kiest, loopt weer risico’s die hij als spaarder niet loopt.

De grote Nederlandse banken hebben de rente verlaagd tot 0,3%. Slechts een paar jaar geleden was dat nog meer dan 2% en oudere mensen met een goed geheugen kunnen zich nog herinneren dat die rente eind jaren 70 zelfs boven de 10% lag. Dat roept de vragen op waarom de rente zo daalt, of daar verandering in komt en wat de alternatieven zijn voor sparen.

De hoogte van de rente op een spaarrekening wordt vastgesteld door de bank. Die heeft daarbij niet veel bewegingsruimte.  De bank zal een deel van het spaargeld gebruiken voor het verstrekken van leningen en hypotheken. Maar aangezien klanten op elk willekeurig moment hun geld kunnen opvragen bij een vrij opneembare spaarrekening, zal ook een groot deel worden geparkeerd op een rekening bij de Europese Centrale Bank (ECB). Die heeft de rente op die rekening verlaagd tot 0%. Banken hebben weinig keuze om de richting van de ECB te volgen.

Draghi: rente is niet laag

De ECB heeft de rente de laatste jaren stapsgewijs tot nul verlaagd in een poging om de zwakke economische groei in Europa aan te wakkeren. Een zeer lage rente maakt het voor bedrijven en consumenten aantrekkelijker om geld te lenen voor uitgaven en investeringen. In de ogen van ECB-president Mario Draghi is de rente bovendien helemaal niet zo laag. Enkele maanden geleden vertelde hij dat de reële rente hoger is dan twintig à dertig jaar geleden.
Die opmerking klinkt heel raar met een spaarrente die bijna op nul staat. Maar de ene rente is de andere niet. De rente die een spaarder ontvangt wordt ook wel de nominale rente genoemd. Draghi heeft het over de reële rente, oftewel de rente als er rekening gehouden wordt met het inflatieniveau. Aan het eind van de jaren tachtig schoot die inflatie als gevolg van een stijgende olieprijs omhoog tot meer dan 10%. Dat was nog meer dan de spaarrente op dat moment. Tegenwoordig is de inflatie juist heel erg laag. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft becijferd dat de inflatie in september slechts 0,1% was.

Alternatief voor sparen

Behalve met inflatie moet een spaarder ook rekening houden met de vermogensrendementsheffing van 1,2% over het gedeelte van het vermogen boven de vrijstelling. De spaarrente is nog net positief, maar als rekening gehouden wordt met inflatie en vermogensbelasting merken veel mensen dat de koopkracht van hun spaarvermogen langzaam wordt uitgehold. Beleggen in aandelen en obligaties van bedrijven of overheden is een alternatief voor sparen. Hierbij ontbreekt de zekerheid van het depositogarantiestelsel, maar in ruil daarvoor krijgen beleggers uitzicht op een rendement dat in potentie hoger ligt dan de spaarrente. Beleggen brengt wel kosten en risico’s met zich mee die niet bij sparen voorkomen. U kunt (een deel van) uw inleg verliezen.