De spaarrente is aan het begin van het nieuwe jaar door veel banken opnieuw verlaagd. Aan de andere kant is de hypotheekrente eind 2016 juist weer wat gestegen. Dat lijkt vreemd, maar achter die tegenstelling gaat een verschil schuil tussen de korte en de lange rente.

Als mensen over 'rente' praten, bedoelen ze vaak de rente die ze ontvangen over hun spaargeld. Die rente kan behoorlijk afwijken van de hypotheekrente, terwijl een bedrijf dat krediet neemt bij de bank, nog weer een ander tarief betaalt. Dat roept de vraag op waarom de verschillen tussen de verschillende soorten rente er zijn en waardoor ze worden veroorzaakt.

Korte rente al een tijdje negatief
De financiële wereld maakt onderscheid tussen korte en lange rente. De belangrijkste korte rente is het tarief dat banken ontvangen als ze tijdelijk geld bij de centrale bank stallen. In Europa is die rente, Euribor geheten, al enige tijd negatief. Het tarief werd vorig jaar verlaagd van -0,3 procent naar -0,4 procent. De Europese Centrale Bank (ECB) wil graag dat banken meer krediet verstrekken, omdat dat normaal gesproken leidt tot een aantrekkende economische groei.  In de praktijk blijft dat gewenste bestedingseffect grotendeels uit en blijkt dat consumenten vooral meer gaan sparen.

Buffer
Consumenten zetten hun spaargeld op een spaarrekening bij hun bank. Banken gebruiken een groot deel van dat spaargeld om er langerlopende leningen, zoals hypotheken, mee te verstrekken. Een deel van het ontvangen spaargeld houden banken echter aan als buffer, om niet in problemen te komen als spaarders hun geld willen opnemen. Deze buffer plaatsen banken bij de ECB en ze ontvangen daarover een zeer lage, of zelfs negatieve, rente. Omdat banken rente moeten betalen voor het geld dat ze bij de ECB onderbrengen, ligt de spaarrente momenteel zeer laag. In sommige Europese landen zoals Denemarken en Zwitserland moeten mensen zelfs rente betalen over hun spaargeld.

Lange rente beïnvloed door ECB
De lange rente komt tot stand op de kapitaalmarkt. Op die markt zijn de prijzen van staatsobligaties van belang. De prijs van staatsobligaties wordt voornamelijk bepaald door de inflatieverwachtingen van beleggers. In Europa houdt de ECB echter de lange rente laag door elke maand voor een bedrag van €60 miljard staatsobligaties en andere activa op te kopen.

Inflatie gaat toenemen
Als gevolg van de plannen van de nieuwe Amerikaanse president Donald Trump en door de aantrekkende economische groei in Europa is de verwachting dat de inflatie gaat toenemen. Hierdoor is de lange rente gaan stijgen Bij een hypotheeklening wordt vaak een rentevaste periode afgesproken van 5 tot 10 jaar. Door die lange looptijd beweegt de hypotheekrente mee met de schommelingen van de lange rente.

Eerst opkoopprogramma beëindigen
De korte rente gaat pas stijgen als de ECB haar rente  verhoogt. Als zij in één keer stopt met het opkopen van staatsobligaties en tegelijkertijd de rente opschroeft, kan dat leiden tot onrust op financiële markten. Om dat te vermijden zal de ECB eerst het opkoopprogramma beëindigen voordat een verhoging van de rente aan de orde komt.

Lees ook: Inspelen op de beweging van de rente

Lees onze andere artikelen over rente