Wie buiten Nederland belegt, onderschat vaak het valutarisico. Gevaarlijk, want het kan een echte sluipmoordenaar zijn. Die les heb ik wel geleerd toen ik begon te beleggen in opkomende markten in 1994, luttele weken vóór de Mexicaanse peso-crisis. Drie maanden later waren onze beleggingen daar 40% minder waard geworden in guldens.

Een paar jaar later waren we beter voorbereid en hadden onze belangen in Thailand afgedekt tegen een mogelijke wisselkoersdaling. Op 2 juli 1997 was het zover en werd de koppeling van de baht aan de dollar losgelaten. High fives in het team, want wij waren afgedekt! Een paar dagen later stond de munt ruim 10% lager en namen we “winst” op onze afdekking. Dom! Zes maanden later was de munt in het geweld van de Azië-crisis nog eens 50% goedkoper geworden. Oppassen dus met die vreemde valuta’s.

Anker

Maar waar moet u dan op letten? Uiteraard zijn macro-economische analyses waardevol voor de richting van de beweging: rente, inflatie, groei, lopende rekening en schuldposities, noem maar op. Het is echter ook heel belangrijk een anker te hebben voor wat de munt nu eigenlijk waard zou moeten zijn. Via de koopkrachtpariteit (van de OESO) kunt u daarvan een beeld krijgen. Maar de leukste, makkelijkste en inzichtelijkste methode sinds 1986 is de Big Mac Index van het weekblad The Economist. Wat kost een hamburger als u op reis gaat? Deze week kwamen de nieuwe cijfers uit. De goedkoopste hamburgers zijn te verkrijgen in Egypte en de Oekraïne. De voor welvaartsverschillen gecorrigeerde cijfers geven in de meeste gevallen een verrassend betrouwbaar beeld van wat duur en goedkoop is.

Opvallend

Wat mij dit keer opvalt, is dat de Chinese munt nog maar een paar procent te goedkoop is, ondanks de recente depreciatie en in tegenspraak met wat de Trump-propaganda u wil laten geloven. De Indiase hamburger (geen rundvlees uiteraard!) is ook nog maar een kleine tien procent ondergewaardeerd, waar deze drie jaar geleden nog supergoedkoop was. Duur is het in Azië alleen in Pakistan met een overwaardering van 30%. Oppassen dus als u daar wilt beleggen. Mijn eigen Hongkong staat steevast hoog genoteerd als goedkoop hamburgerparadijs. Ondanks de torenhoge huren, maar geholpen door de nog altijd lage minimumlonen (vier euro per uur), weet de Big Mac goed te concurreren met de duizenden lokale rijst-met-kip-restaurantjes.

Ondergewaardeerd?
De index suggereert dat de Hongkong-dollar 45% ondergewaardeerd is. Onzin, weet elke bezoeker die hier ook wel eens wat anders consumeert. Wel echt goedkoop is Maleisië: 42% ondergewaardeerd! En dat klopt ook wel. Wie een goedkope vakantie in Azië wil, moet hierheen komen. Aantrekkelijk voor beleggers, de munt zou best eens wat kunnen stijgen in waarde na vele jaren van zwakte. Ook de Japanse yen is momenteel te goedkoop, maar daar drukt de Centrale Bank nog elke dag miljarden erbij en dat heeft toch wel effect op het laag houden van de wisselkoers. De euro is neutraal gewaardeerd.

Machtige dollar wordt langzamerhand te duur
Maar wat vooral ook opvalt, is dat er maar een handjevol landen is waar de hamburger duurder is dan in de Verenigde Staten zelf (Zwitserland, Noorwegen en Zweden). De vakantiegangers onder u zullen weten dat het inderdaad duur is om in die landen te reizen.  Mijn conclusie luidt dat de machtige dollar langzamerhand te duur aan het worden is. Vele Aziatische valuta’s zouden in 2017 wel eens een aardige appreciatie kunnen meemaken.

                                                                  Arnout van Rijn, Hongkong, februari 2017

Deze column is eerder geplaatst op DFT.nl