Uw geld - 27 juni 2017

De accountants van PWC hebben een gezonder alternatief bedacht voor de bekende Big Mac-index: de heupindex. Daaruit blijkt dat Nederlanders veel minder uren hoeven te werken om een heupprothese te kunnen te betalen dan bijvoorbeeld inwoners van de VS of het VK.

Al vele jaren kan de welvaart van een land op een relatief eenvoudige manier worden afgemeten aan de prijs van een dubbele hamburger met kaas. Redactrice Pam Woodall van The Economist bedacht in 1986 de Big Mac-index, waarmee je kunt zien hoe lang je in een land moet werken om een Big Mac te kunnen kopen. In 2004 heeft The Economist ook de Tall Latte-index geïntroduceerd, gebaseerd op de prijs van een stevige beker koffie bij Starbucks.

Hoe werkt de Big Mac-index?
Vergelijk op basis van de prijs van een Big Mac de koopkracht van de dollar met die van een andere munt, en je kunt zien hoeveel dollars die munt 'eigenlijk' waard is en of de wisselkoers te hoog of te laag is. Voeg daaraan het gemiddelde uurloon in een land toe en een Nederlander met een modaal inkomen moet 8 minuten werken om een Big Mac te kunnen kopen. Dat is één minuut langer dan een Zwitser, maar bijvoorbeeld een minuut korter dan een Brit. Een Amerikaan moet er 11 minuten voor werken en een Zuid-Afrikaan maar liefst 44 minuten.

Gezondheid belangrijker dan fastfood
Omdat menig consument tegenwoordig meer met zijn gezondheid bezig is dan met de prijs van fastfoodproducten, heeft PriceWaterhouseCooper een alternatief bedacht: de heupindex. Die index vergelijkt met aantal uren dat een inwoner van een land moet werken om een heupprothese te kunnen betalen. In Nederland is dat aantal 304 uren, ofwel zo’n 8 werkweken.

Daarmee komen we aanzienlijk lager uit dan mensen in Groot-Brittannië (507 uur), om over de VS maar te zwijgen: daar moet je 1.126 uur werken, bijna vier keer zo lang, om je uit eigen zak een heupoperatie te kunnen permitteren.

In Nederland krijgen per 100.000 inwoners slechts 166 mensen per jaar een heupprothese. Door de toenemende vergrijzing wordt wel verwacht dat deze aantallen en de jaarlijkse kosten voor heupprotheses tussen nu en 2030 met een kleine 40% zullen toenemen.

Nederland doet het prima
Ons land scoort volgens de Euro Health Consumer Index niet alleen qua zorgkosten goed, we scoren ook het hoogst op kwaliteit en klantvriendelijkheid in de zorg. Waar Nederland met name goed in is, is zorg die de levenskwaliteit aanzienlijk verbetert. Een heupprothese valt daar ook onder, want die voegt vier jaar in goede gezondheid toe aan een mensenleven. Hetzelfde geldt voor knieprothesen.

Soortgelijk patroon
Ook bij andere operaties is een soortgelijk patroon te herkennen. Een keizersnede is nergens zo snel verdiend als in Nederland. En voor een staaroperatie met een Nederlander slechts 42 uur werken. Britten zijn daar twee keer zo lang voor bezig en Amerikanen maar liefst vier keer. In opkomende landen kost een staaroperatie nog steeds een jaarinkomen…

Bron: www.pwc.nl