Onlangs verschenen de resultaten van een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam naar gedragseffecten van de vermogensrendementsheffing. Nederlanders betalen in box 3 belasting over hun vermogen. Naarmate het vermogen toeneemt, neemt het gevoel van onrechtvaardigheid bij mensen toe en volgen concrete acties om minder belasting te betalen, zo blijkt uit het onderzoek.

De gedragseffecten van de box 3 heffing zijn het meest zichtbaar bij de vermogens tussen de EUR 500.000 en EUR 1 miljoen. Deze groep vermogenden benut alle mogelijkheden om de box 3 belastingdruk te verlagen en/of het rendement op het vermogen te verhogen. En dat kan ook ongewenste gevolgen hebben als er daarvoor meer risico’s worden genomen.

Pijn

De grootste pijn van de vermogensrendementsheffing zit bij de groep spaarders met een vermogen tot ongeveer EUR 200.000. In deze groep bestaat het vermogen veelal uit spaargeld dat bestemd is als appeltje voor de dorst. Belastingplichtigen willen of kunnen daarmee vaak geen risico nemen. En vaak ontbreekt het ze aan kennis om de fiscale mogelijkheden te benutten om de belastingdruk te verlagen. Als het uitgangspunt in het Nederlandse fiscale stelsel is dat de sterkste schouders de zwaarste last moeten dragen, dan toont het onderzoek aan dat de vermogensrendementsheffing averechts werkt.

Onrechtvaardig

Uit het onderzoek blijkt dat verreweg de meeste mensen geen bezwaren hebben tegen het betalen van belasting over hun vermogen. Wel zijn de deelnemers in meerderheid van mening dat de huidige box 3 belasting onrechtvaardig is. Het onrecht, en daarmee het ontbreken van draagvlak voor de vermogensrendementsheffing, is veelal gelegen in het tot 1 januari 2017 geldende uitgangspunt dat iedereen 4% rendement moet kunnen halen, ongeacht hoe hij spaart of belegt.

Bezwaren blijven

Ook nu de forfaitaire heffing sinds 2017 is vervangen door een heffing die afhankelijk is van de hoogte van het vermogen, blijven de bezwaren overeind. Het is overigens opvallend dat bijna alle deelnemers minder rendement op hun vermogen zeggen te behalen dan de wetgever veronderstelt, zelfs als ze bereid zijn om meer risico te nemen.

Meer risico

De belastingheffing is niet zelden hoger dan het rendement. Met name bij de vermogens tot EUR 500.000 geeft 30%-40% van de beleggers aan een risico te nemen louter vanwege de belastingheffing. Zonder belastingheffing zouden deze personen niet het risico hebben willen lopen dat ze nu lopen.

Werkelijk behaald rendement

Het merendeel van de deelnemers met een vermogen onder de EUR 1 miljoen geeft de voorkeur aan een vermogensrendementsheffing die is gebaseerd op het werkelijk behaalde rendement. Als alternatief geven de meeste deelnemers ook aan, dat ze geen principiële bezwaren hebben tegen het handhaven van een forfaitair stelsel, mits het fictieve rendement in box 3 de werkelijkheid maar zo goed mogelijk benadert. Met een extreem lage spaarrente, een redelijk succesvolle beurs en de problematiek van de waarderen van vastgoed is dat echter geen eenvoudige zaak.

Bron: UvA, Bond voor Belastingbetalers, ‘Oproep voor deelname aan onderzoek naar gedragseffecten van box’.

Zie ook: Dossier Beleggen in Beleggingsfondsen