Het is vakantie, dus extra tijd om weer eens een goed boek te lezen. “Laat de leeuw niet in zijn hempie staan” van Bruno de Haas valt zeker in deze categorie. Kort en duidelijk wordt de invoering van de euro en grote financiële crisis van 2008 geanalyseerd tegen de achtergrond van de economische theorie. Het boek gaat voor een groot deel over de nadelen van de euro, maar in die context komt ook de bekende Keynes versus Hayek controverse aan de orde. In dit debat kiest De Haas duidelijk voor Hayek. Het mogelijk maken van onbezonnen kredietverlening leidt onherroepelijk tot ellende.

De schuldvraag …
Politici, centrale bankiers en toezichthouders krijgen het voor de kiezen: “de combinatie van verkeerd monetair beleid met falend toezicht op banken is de oorzaak van de internationale kredietcrisis”. Dit is de centrale stelling van het boek en zij wordt op elke bladzijde ondersteund met concrete voorbeelden. Dat komt geheel overeen met de Hayektheorie: politici en centrale bankiers moeten zich niet bemoeien met prijsmechanismen. Overheidsmaatregelen leiden vooral tot ongewenste neveneffecten.

Economische weetjes
De middelste hoofdstukken van het boek zijn een ‘must read’ voor economisch geïnteresseerden. Daarin staat De Haas stil bij de economische theorie achter de rol van geld en het beleid van centrale banken. Economische weetjes als het Minskymoment en het hete-aardappeleffect worden in de context van de eurocrisis geplaatst. Na jaren van stevige economische groei en afname in het verschil van welvaart tussen de kern en de periferie van Europa was het vertrouwen in de euro compleet. Renteverschillen binnen de eurozone waren minimaal. Onvermijdelijk volgt het Minskymoment, want stabiliteit werkt destabiliserend. Stabiliteit moedigt mensen aan steeds meer risico te nemen en dat gaat goed tot het fout gaat. Aldus geschiedde in de eurozone van 2009, maar ook in 2014 zijn de renteverschillen in Europa weer minimaal….

Voor mij nieuw was het hete-aardappeleffect van James Tobin
Stel: een bank creëert geld door bijvoorbeeld een de hypotheek op een huis te verhogen en stelt daarmee de hypotheeknemer in staat om een boot te kopen. Er is geld gecreëerd. Dit geld verdwijnt pas als de lening is afgelost. Tobin noemt dit het hete-aardappeleffect van geldschepping. Mensen geven de hete aardappel van gecreëerd geld net zo lang door totdat alles te duur is geworden en iemand op de blaren moet zitten. Goedkope kredietverlening leidt tot hogere prijzen van huizen, aandelen en obligaties. En omdat het zo goed lijkt te gaan tot meer consumptie, tot meer belastingen en dus ook tot meer overheidsbestedingen. Zoals De Haas schrijft: “goedkoop krediet neemt iedereen bij de neus”. En zo komen we weer terug bij Hayek. Volgens Hayek moet je als overheid of centrale bank niet ingrijpen in het economisch leven. Een kunstmatig lage rente leidt tot te veel kredietverlening en te overmoedige ondernemers die te veel investeren. Na het Minskymoment volgt onherroepelijk de depressie.

Maar Hayek geeft Keynes toch gelijk …
De Haas is een Hayekfan, maar moet toch net als Hayek erkennen dat in extreme omstandigheden, als ondernemers en burgers de moed compleet in de schoenen is gezonken en alles in de uitverkoop zetten, de overheid moet ingrijpen. Keynes is voor de spoedeisende hulp, Hayek voor de preventie. Zo hebben centrale bankiers in de nood van 2009 toch nog iets goed gedaan.