Vorige week mocht ik een bezoek brengen aan ons kantoor In Mumbai. Het is één van de leukste kanten van mijn baan dat je diverse landen in Azië mag bezoeken en daar ontmoetingen hebt met gezichtsbepalende personen in dat land.

Zo ontmoette ik in Mumbai de beroemde industrieel Adi Godrej die met zijn familie een imperium heeft opgebouwd met activiteiten, uiteenlopend van ingenieursbedrijven en vastgoedontwikkeling tot de verkoop van producten voor persoonlijke verzorging. Sprekend over de strategie van het bedrijf sprak Adi Godrej met trots over het programma ‘Ten by Ten’: het bedrijf moet de komende tien jaar tien keer zo groot worden.

Het is een voorbeeld van het tomeloze optimisme dat Indiase ondernemers aan de dag leggen. De afgelopen maanden is dat optimisme nog eens gevoed door het idee dat onder de nieuwe regering-Modi de economische groei in een stroomversnelling terecht zal komen.

Spiegelbeeld van China
India is in zekere zin een spiegelbeeld van China. Waar in China de economische groei al decennialang hoog is, tonen de bedrijven maar zeer beperkte winstgroei waardoor de beurs tegenvallende resultaten heeft laten zien. India worstelt al jaren met groeicijfers die te laag zijn om aan de vaak schrijnende armoede een einde te maken. De Indiase bedrijven daarentegen hebben over het algemeen prachtige winstcijfers laten zien in sectoren als consumentengoederen, machinerieën, farmacie en software. Over de afgelopen twintig jaar is de Indiase beurs verdrievoudigd, terwijl China nog steeds kampt met negatieve rendementen.

De hoop is nu dat Modi ervoor zal zorgen dat Indiase bedrijven nog sneller groeien en nog winstgevender worden. Producenten van toiletartikelen en voedingsmiddelen zoals Godrej moeten het hebben van de binnenlandse consument. Ondanks de matige economische groei hebben zij goede zaken gedaan dankzij een uiterst fijnmazig netwerk van distributeurs. Geen grote super- of hypermarkten in India, maar gewoon een schuurtje langs de kant van de weg waar je shampoo kunt kopen. Zo telt India verreweg de meeste winkels van de wereld. In een land met 1,2 miljard inwoners zijn er 8,5 miljoen winkels, dat is meer dan twee keer zo veel als in China. Voor elke 140 Indiërs is er een winkel. Overal langs de straten, ook in de sloppenwijken van Mumbai, zie je shampoozakjes buiten hangen.

Als India werkelijk de inflatie onder controle krijgt (van de huidige 8 procent naar de gehoopte 5 procent), dan gaan de kosten van kapitaal voor alle bedrijven omlaag en dat is goed voor de waarderingen over de hele beurs. Anderzijds zal een efficiëntere economie met meer supermarkten ook betekenen dat distributeurs meer onderhandelingskracht krijgen en meer druk op de marges van producenten zullen leggen.

Indiase bull-markt
Eén ding is duidelijk. De Indiase beurs is een bull-markt met al het optimisme dat daarbij hoort. In april schreef ik nog over de onzekerheid die de verkiezingen met zich meebrachten. Maar nu, met een stevige meerderheid voor Modi in het Lagerhuis, kan er veel bereikt worden. De instroom van buitenlands geld naar de beurs is ondertussen gestaag doorgegaan.

Het binnenlandse sentiment keert zich ook ten goede. Waar voor de verkiezingen in april de lokale beleggers nog aan de verkoopkant opereerden zien we hier onder invloed van het Modi-optimisme ook weer instroom. Het zijn de binnenlanders die de beurs een volgende duw omhoog moeten geven.

Bij een bull-markt hoort ook ferme taal. Op dezelfde dag van de afspraak met Godrej, luisterde ik naar een fabrikant van auto-onderdelen die er nog een schepje bovenop deed: zijn bedrijf zou tien keer zo groot moeten worden in de komende VIJF jaar. En de werknemers die daar niet in geloofden, moesten maar op zoek naar een andere baan. Indiaas machismo van de bovenste plank!

Deze column verscheen eerder in DFT