Het was vorige week even goed volatiel op de financiële markten. Aandelen stortten in elkaar, de Duitse kapitaalmarktrente ging op zoek naar Japanse niveaus en zelfs de eurocrisis leek, met dank aan Griekse aandelen en Italiaanse obligaties, weer even terug als thema. Op CNBC overheersten de zwetende verslaggevers die paniekerig verslag deden en daarbij alles in perspectief van de grote crashes van weleer trachtten te plaatsen. De subprime crisis, de dotcom bubbel, 1987: alle grote correcties passeerden de revue. Dat het maximale verlies van de S&P500 op dagbasis op 2,1% bleef steken en dat de totale correctie van piek tot dal in Amerika niet eens meer dan 10% bedroeg, deed er verder niet zoveel toe. Gelukkig waren de verliezen elders in de wereld groter, zodat de verslaggevers alsnog gretig over een bloedbad konden spreken. Hierbij viel meerdere keren te beluisteren dat de beurscorrectie wellicht de oorzaak zou zijn voor een nieuwe recessie in de wereldeconomie.

Oorzaak of symptoom
Nou kan het best zijn dat ik last heb van beroepsdeformatie, maar voor zover ik me kan herinneren, zijn beurscorrecties die recessies veroorzaken zeldzaam. Dat de beurs een katalyserende rol speelt, zeker, maar de oorzaak? Het traditionele patroon is dat er in de economie excessen worden opgebouwd, bijvoorbeeld omdat er te veel geïnvesteerd wordt of dat er te veel schulden worden aangegaan. Een dergelijk exces leidt onherroepelijk tot een aanpassing, waarbij het vaak de beurs is die hierin een voorlopende rol speelt. Daarbij is de beurs dus niet de oorzaak, maar eerder een symptoom van het onderliggende probleem. Zo was het niet de beurs die de subprime crisis veroorzaakte, maar waren het de opgebouwde excessen in de Amerikaanse huizenmarkt die de beurs de das om deden. Dat de beurscorrectie de gevolgen voor de wereldeconomie vervolgens verergerde, is daarbij overigens overduidelijk.

Dotcom zeepbel
De uitzondering op deze regel werd gevormd door de dotcom zeepbel. In dat specifieke geval waren de beurzen de oorzaak van de correctie die onherroepelijk moest volgen. Maar om de huidige situatie met die van begin 2000 te vergelijken, gaat wat ver. Anders dan toen, zijn aandelen momenteel niet zwaar overgewaardeerd. Zeker niet als je naar aandelen uit Europa of de opkomende landen kijkt. Goedkoop, nee, maar zeker niet duur genoeg om van een exces te spreken.

Ik zie ook niet direct waar het acute recessiegevaar vandaan moet komen. Zonder boom ook geen bust en de enige economische boom die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden is die van de opkomende markten. Van overdreven groei-euforie is voor die groep landen echter allang geen sprake meer, terwijl ook de aandelen daar momenteel eerder goedkoop dan duur zijn.
Al met al blijf ik op hetzelfde standpunt dat ik vorige week al uitte: het zou me verbazen als dit tot meer dan een tijdelijk correctie zou uitgroeien.

Lukas Daalder is fondsmanager bij Robeco. Deze column is eerder verschenen op fd.nl.