Japanse beleggers hebben het niet gemakkelijk. Arnout van Rijn legt uit waarom Japanse markten worden beheerst door hypochondrie.

Stelt u zich eens voor: u bent een Japanse belegger. U gelooft niet in aandelen. Vijfentwintig jaar geleden was dat wel aardig, maar de afgelopen tien jaar kwam het erop neer dat u hoog kocht en laag verkocht. Zelfs de slimmerik die na de crash begin jaren negentig kocht en daarna is blijven zitten, heeft per saldo niets verdiend. U gelooft ook niet in vastgoed. Huizenprijzen zijn bepaald niet waardevast gebleken: wie dertig jaar geleden aan het begin van de bubbeleconomie een huis kocht, voelde zich vijf jaar lang de koning te rijk, maar kijkt nu nog steeds naar een verlies van 25%. Bovendien, door de steeds scherpere eisen voor aardbevingsvaste bouw, moeten veel huizen regelmatig herbouwd worden. Een Japanse spaarder kijkt naar zijn huis meer als naar een auto: een bezit dat je moet afschrijven. Weliswaar met een flinke levensduur (zeg dertig jaar) maar zeker geen solide belegging. U gelooft wel in obligaties en spaargeld. Mede door de voortdurend dalende rente en de negatieve inflatie is dit de enige waardevaste belegging gebleken. Maar ja, uw minister-president heeft samen met de Centrale Bank gezworen dat de inflatie naar 2% gaat en met een bruto rente van minder dan 0.5% lijkt u er de komende jaren ook met spaargeld of obligaties flink op achteruit te gaan. Niettemin hebt u dat spaargeld hard nodig om met pensioen te kunnen gaan. Wat nu?

Kijkend naar uw loonstrookje is er ook weinig om enthousiast te worden. Hoewel na een decennium van de nullijn er nu eindelijk sprake is van iets meer loon, gaat het misschien om een half procentje extra en dat weegt niet op tegen de drie procent waarmee de BTW vorig jaar verhoogd is.

Kunt u zich nu een beetje voorstellen hoe het leven van de gewone man in Japan eruit ziet? En waarom het zo moeilijk is om het uiterst behoedzame sentiment te draaien?

Vorige week was ik in Japan en het land dreigt na een korte opleving weer terug te vallen in de aloude hypochondrie: groei is niet hier maar elders, daar zijn de bedrijven van overtuigd. Gezien de demografie is dat wel begrijpelijk. Bedrijven willen dus ook niet investeren. Toch getuigt dat van een gebrek aan fantasie, want door de zwakke yen begint “onshoring”( het terughalen van productiecapaciteit uit het buitenland terug naar eigen land) een echt thema te worden. En Japan is ook een land waar de afgelopen decennia door bedrijven duidelijk ondergeïnvesteerd is. Machines zijn oud en aan vervanging toe. Het sentiment zal nog wel enige tijd nodig hebben, wellicht een hele generatie, om optimistisch te worden en de kansen in het land te zien. Er trekt nu een generatie aan de touwtjes die nooit iets anders dan deflatie heeft meegemaakt. Die mentaliteit verander je niet zomaar door de geldpers te laten draaien en de BTW te verhogen.

De enige vrolijke noot komt uit de toeristische sector. Hotels, restaurants en sommige winkels zien hun omzet nadrukkelijk opveren door de komst van miljoenen toeristen. Aziatische toeristen zijn buitengewoon gevoelig voor de combinatie van goede service, goed eten en lage prijzen. Sinds de yen in waarde is gaan dalen, is het aantal toeristen bijna verdubbeld. Hier glimlacht men!

Ik als beleggend toerist ga ervanuit dat ik in de komende jaren een soortgelijke ervaring op de Japanse beurs zal hebben. Mooie bedrijven, verbeterende winstmarges en lage waarderingen zijn daartoe het magische recept. En dan met een beetje geduld blijven roeren...