Onder aandelenbeleggers is de zogenaamde ‘Korea-korting’ een bekend fenomeen. Waar aandelen in de wereld gemiddeld op vijftien keer de winst handelen, is dat in Zuid-Korea slechts tien keer. En waar het wereldgemiddelde voor de verhouding koers-boekwaarde op twee staat, ligt deze voor Koreaanse bedrijven op nauwelijks één.

Veel mensen denken dat de Korea-korting te maken heeft met de constante dreiging van Noord-Korea. Naar mijn mening komt het echter door de deplorabel lage dividenden die Zuid-Koreaanse bedrijven betalen. Slechts 15% van de winst wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders. Wereldwijd ligt dat percentage gemiddeld op 38%. De belangen van minderheidsaandeelhouders worden maar al te vaak met voeten getreden worden.

Een belangrijke reden voor mij om hogere beurskoersen te verwachten is de toekomstige stijging van dividenden en daarmee de vermindering van de Korea-korting. Maar er is nog veel zendingswerk te doen voordat het zover is. In dat kader bracht ik afgelopen maand weer een bezoek aan Seoul. De stad ligt aan de Han-rivier en heeft brede boulevards. Over een twintigtal bruggen rijden de (in meerderheid Koreaanse) limousines heen en weer tussen de oorspronkelijke noordkant en de moderne zuidkant. De helft van de Koreaanse bevolking woont in Groot-Seoul, met ruim 25 miljoen inwoners een van de grootste steden ter wereld. Seoul heeft met een lengte van ruim negenhonderd kilometer het grootste metrosysteem ter wereld. Het land loopt ook voorop in technologie. De mobiele 4G-standaard ging hier al in 2007 van start en wordt nu door 36 miljoen Koreanen gebruikt.

Rijk en modern
Korea is rijk en modern, maar wordt niettemin door vele economen nog gezien als een opkomende markt omdat de valuta niet volledig vrij verhandelbaar is. De economie groeit nog steeds verrassend snel met zo’n 3% tot 4%. Des te teleurstellender dat de beurs in de afgelopen 25 jaar maar 3% per jaar is gestegen, tegenover de wereldindex jaarlijks 5%. In modern Korea krijgen aandeelhouders bepaald geen waar voor hun geld. De grote chaebols (de Zuid-Koreaanse vorm van een conglomeraat) doen wat ze willen en dat is niet altijd even productief.

Samsung, de grootste chaebol, heeft beterschap beloofd en het dividend van Samsung Electronics wordt verhoogd van 8.000 won naar 20.000 won (nog steeds slechts een pay-out van 13%). De verzekeringsmaatschappijen in de Samsung Group zouden ook veel meer dividend gaan betalen, maar hebben die plannen onlangs in de ijskast gezien ten faveure van groei in het buitenland. Aandeelhouders zijn boos en de aandelen hebben een flinke veer gelaten op die aankondiging.

Hyundai Motor kreeg woedende reacties van aandeelhouders op de kosten van de bouw van een nieuw hoofdkantoor. Het bedrijf reageerde met een dividendverhoging van 1950 won naar 3000 won (pay-out nog altijd slechts 9%) en de belofte in de toekomst naar een internationaal vergelijkbare pay-out toe te willen. Nog één grappig - of eigenlijk treurig - feitje: aandelen gaan in Korea ex-dividend voordat er in de aandeelhoudersvergadering is vastgesteld hoeveel dat dividend eigenlijk is. Tsja, dat geeft wel aan dat dividend (nog) geen hoge status kent.

Zendingswerk
Ik zit als vertegenwoordiger van de aandeelhouders in ons fonds met het management om de tafel te pleiten voor een hoger dividend. Tevens breek ik een lans voor het benoemen van meer onafhankelijke directieleden. Checks and balances, noemen we dat. Onafhankelijken zijn minder geneigd hun oren te laten hangen naar de plannen van de charismatische CEO voor een geldverslindend prestige-object. Soms lukt dat aardig, soms is dat uiterst frustrerend.

De geest van aandeelhouderswaarde is uit de fles, maar heeft zich nog lang niet gevestigd in het brein van alle belangrijke beslissers. Tot die tijd zal ik Korea nog regelmatig moeten bezoeken om het zendingswerk voort te zetten.

Arnout van Rijn, Hongkong, maart 2015.

Deze column verscheen eerder op de website van De Telegraaf