De rente op nul zetten en staatsobligaties opkopen (beter bekend als kwantitatieve verruiming) is heel verleidelijk. Lenen wordt goedkoper en de mensen die spaargeld hebben, kopen aandelen, met als gevolg een sterke beurs. Exporteurs zijn blij met de zwakkere wisselkoers die normaalgesproken volgt. Niemand klaagt.
Kwantitatieve verruiming is zelfs zo verleidelijk dat ’de grootste economieën van deze wereld’ er al aan toegegeven hebben: de Verenigde Staten eerst, later Japan en recentelijk Europa. De verleiding begint verdacht veel te lijken op een om zich heen grijpende verslaving. De jongste gebruiker: China.

In de tweede helft van 2014 werd duidelijk dat de groei in China steeds verder vertraagde en dat de inflatie ook bleef dalen. De effecten zijn onmiskenbaar: ondanks de zwakke economische cijfers is de beurs meer dan verdubbeld in negen maanden. Veel geld stroomt uit de vastgoedmarkt en van spaarrekeningen naar de aandelenmarkt. De rally wordt ook gedreven door geleend geld. Margekrediet [aanschaf van aandelen op krediet, red.] is verviervoudigd sinds medio vorig jaar tot een bedrag van RMB 1800 miljard (260 miljard euro).

Rijp en groen springt op de trein
De Wall Street Journal rekende uit dat dit neerkomt op ruim 8% van de vrij verhandelbare marktwaarde van de Chinese beurs. Dagelijkse beursomzetten van RMB 1500 miljard (220 miljard euro) wijzen er ook op dat de horizon van de gemiddelde belegger behoorlijk kort is. Andere rapporten laten zorgelijke statistieken zien: het gemiddelde opleidingsniveau van kersverse beleggers is veel lager dan voorheen. Tweederde heeft de middelbare school niet afgemaakt, voorheen was dat slechts een kwart. Rijp en groen springt op de rijdende trein.

De mening van de ambtenaren speelt in centraal geleid China een grote rol in de beeldvorming. Vorige week leek daarom even de schrik in de benen te slaan met de aankondiging van scherpere controles op beleggingsproducten die zwaar op margeleningen leunen. De index leek vorige week vrijdag nabeurs op een daling van 6 à7% af te stevenen. Dat weekend lieten de ambtenaren zich in de kaarten kijken door met een verklaring te komen dat deze maatregel niet bedoeld was om het beursfeestje in de kiem te smoren. Op zondag kwam de Centrale Bank daar nog overheen met een monetaire verruiming door een verlaging van de bancaire reserveverplichting. Dit is een bullmarkt die de zegen heeft van de Centrale Overheid. Men wil de afhankelijkheid van bankkrediet verminderen en meer eigen vermogen in de bedrijven brengen. Een vast gestemde aandelenbeurs is dan wel zo gemakkelijk, zodat de kapitaalbehoefte in elk geval tegen een goede/hoge prijs ingevuld kan worden.

Houd dus rekening met grote aandelenemissies in China de komende jaren. Maar om daarom nu al te zeggen dat de bullmarkt voorbij is, nee, bepaald niet. Beurskoersen bewegen zeker in China niet altijd in lijn met de fundamentele ontwikkelingen. Sentiment speelt een grote rol. En het sentiment is dankzij de overheidszegening vast. Rotsvast.

Meer excessen
Net als in de andere landen met nulrentes dwingt de Chinese centrale bank zijn burgers hoger op de risicocurve te gaan. En ze gehoorzamen. Maar het zal niet meevallen deze beweging ordelijk te laten verlopen. Naar alle waarschijnlijkheid gaan we excessen zien. Niet alleen in China, maar ook in andere landen. De Chinezen zijn gewoon nog wat ongebreidelder in hun reactie op lage rentes en maken zich niet zo snel zorgen over koerswinstverhoudingen. Wie volgt?

De Nasdaq heeft ook alweer een nieuw hoogtepunt bereikt. Taiwan spreekt nu ook over een directe beurslink met Shanghai en de koersen reageren euforisch. Welkom bij de bullmarkt van 2015. Het wachten is daarom op die eerste renteverhoging in de VS om te zien wie er naakt aan het zwemmen is. Tot dan staat er weinig in de weg van de bullmarkt. China heeft nog een flinke weg te gaan op weg naar nul. De drug die kwantitatieve verruiming heet, werkt prima. De vraag is waar het eerste slachtoffer van een overdosis valt.