De groei van een land wordt bepaald door de groei van de (arbeids)bevolking en de groei van de productiviteit per arbeider. Van het eerste hebben we het beste gezien, want de groei van de bevolking vlakt af. Ook het tweede wordt lastiger: de productiviteitsgroei daalt.

De vergrijzing leidt tot meer ouderen die slechts ten dele wordt gecompenseerd door de aanwas van jongeren. In de periode 1965 tot 1990 traden er nog veel vrouwen toe tot de arbeidsmarkt, al dan niet in deeltijd. Nu ook deze golf voorbij is, krimpt de arbeidsbevolking. Dus moet de groei komen van toenemende productiviteit per werknemer en die hapert. Veel economen wijzen op dit fenomeen. In zijn laatste boek wijst Jaap van Duijn de afname van de productiviteit aan als een van de factoren die de huidige economie uit balans brengt. De beperkte groei van de productiviteit is in meerdere opzichten van belang. Waarom? Omdat productiviteit veel bepaalt in ons leven, zoals de welvaart. Vanwege stijgende productiviteit in de landbouw kan met minder mensen een hogere opbrengst worden gehaald. Hierdoor kregen landen de mogelijkheid om te industrialiseren en welvarender te worden. Als in een bedrijf meer werk gedaan wordt door minder mensen, betekent dat lagere kosten. Bij gelijke afzetprijzen leidt dat tot meer winst en dus hogere aandelenkoersen.

Hogere levenstandaard
En het kan ook leiden tot hogere lonen en daarmee tot meer koopkracht en toenemende welvaart. Hogere productiviteit betekent ook meer goederen tegen een lagere prijs. Het omgekeerde - stagnerende productiviteit-  kan dus leiden tot inflatie. In zijn algemeenheid leidt het efficiënter gebruik van arbeid en kapitaal tot een hogere levensstandaard.

Het is belangrijk te weten waarom de productiviteit stagneert. Er kunnen verschillende oorzaken zijn. Ten eerste zijn de investeringen van het bedrijfsleven te laag. Bedrijven investeren in zijn algemeenheid onvoldoende in nieuwe machines en ideeën. In plaats daarvan wordt de cash flow direct teruggegeven aan de aandeelhouder in de vorm van inkoop van aandelen en dividenden.

Ten tweede heeft de groei als gevolg van IT-innovaties al plaatsgevonden. En de productiviteit van de IT-revolutie stelt zwaar teleur. Het kan ook zijn dat het effect van innovaties niet goed wordt gemeten. Veel nieuwe apparaten hebben de geneugten van het leven sterk verhoogd. De smartphone stelt iedereen in staat om zeer efficiënt te communiceren in app-groepen, via mail of facetime. Maar die efficiency wordt niet meegenomen in de berekening van het bruto binnenlands product. Veel internetdiensten zijn ook gratis en worden dus niet meegenomen in de productiestatistieken. Kortom: de geneugten van de IT-revolutie worden niet of verkeerd gemeten.
 
Als laatste reden wordt aangegeven dat de westerse economie voor een steeds groter deel uit diensten bestaat. En diensten zijn niet schaalbaar. De productiviteit van mijn huidige kapper is even hoog als die van de kapper van honderd jaar geleden. Automatisch leidt de overgang naar een diensteneconomie tot lagere productiviteitsgroei.

Hoop…
Maar er is hoop. De komst van de robot en procesautomatisering zullen leiden tot een enorme groei van de productiviteit. Misschien moeten we gewoon een beetje geduld hebben. Binnenkort worden alle processen effectiever en efficiënter. “Prosperity is just around the corner”, wanneer hebben we dat eerder gehoord?

Deze column verscheen eerder op Fondsnieuws.nl