De Europese beurzen zijn vanmorgen flink gedaald door de problemen in Griekenland. Lukas Daalder, Chief Investment Officer van Robeco, legt uit waar de pijn zit en wat beleggers de komende dagen kunnen verwachten.

In het kort:

  • Tot het referendum op 5 juli zal er niet veel gebeuren
  • De gevolgen van de escalatie van de Griekse schuldencrisis zijn voor de wereldeconomie en de eurozone beperkt.
  • Omdat al maandenlang bekend was dat Griekenland op een schulddeadline afstevende, hebben de fondsbeheerders van Robeco tijd gehad om hierop in te spelen.

Vraag 1: Wat moet ik als belegger doen?

Er is niet voor niets een uitdrukking dat je als belegger stil moet zitten als je geschoren wordt. Over het algemeen is het onverstandig om op incidenten en calamiteiten te reageren door beleggingen te verkopen. Het verleden heeft ons geleerd dat na een korte negatieve reactie er doorgaans weer een snel herstel komt. De beweeglijkheid van de beurskoersen zal voorlopig hoog blijven en dat werkt twee kanten op. Beleggers hebben nu gezien wat er met beurskoersen gebeurt als de spanning over de Griekse schuldencrisis plotseling toeneemt. Ze kunnen zich ook afvragen wat er over een paar dagen gebeurt als een grote meerderheid van de Grieken voor een akkoord stemt.
Door het herstel te missen, wordt het behalen van een eerder bepaald doelrendement lastiger te realiseren. Niet overhaast reageren is de beste houding. Het is belangrijk uw beleggingen wereldwijd te spreiden, over meerdere landen en sectoren. Houdt daarbij uw uitgangspunten en de beleggingstermijn goed in het oog; hoe langer uw beleggingshorizon hoe beter.

Vraag 2: Hoe speelt Robeco op de Griekse ontwikkelingen in?

Het is al maanden bekend dat Griekenland een lening aan het IMF moet aflossen, dus we hebben de tijd gehad om daarop in te spelen. Beleggingsfondsen hebben nauwelijks tot geen positie in Griekse aandelen of obligaties. De afgelopen weken hebben we onze positie in Amerikaanse aandelen opgehoogd ten kosten van Europese aandelen, terwijl we ook de positie in de euro verlaagd hebben. De koersdalingen van vandaag raken ons dan ook minder zwaar dan het marktgemiddelde.

Vraag 3: In de afgelopen jaren werd een escalatie van de Griekse schuldencrisis telkens op het laatste moment vermeden. Waarom loopt het deze keer anders?

Griekenland moet voor 1 juli a.s. een lening van EUR 1,5 miljard aflossen aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Omdat het land die middelen zelf niet heeft, moet er een akkoord gesloten worden met de schuldeisers. Daarover werden gesprekken gevoerd tussen de Griekenland met de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank (ECB) en het IMF. De Griekse premier Alexis Tsipras heeft nu deze besprekingen afgebroken. Hij wil dat de bevolking zich zondag 5 juli via een referendum uitspreekt over de voorwaarden van een akkoord, waarbij hij oproept om tegen het voorstel te stemmen.

Vraag 4: Griekenland vormt minder dan 0,5 procent van de wereldeconomie en circa 2 procent van de eurozone. Waarom reageren de beurskoersen zo heftig op problemen in een relatief kleine en onbelangrijke economie?

Door het vastlopen van de besprekingen kan Griekenland de schuld aan het IMF niet aflossen. Hierdoor is het land niet meteen failliet, aangezien het IMF tot dertig dagen de tijd kan nemen om vast te stellen dat een partij niet aan de verplichtingen voldoet. Er moet nu echter wel snel wat gebeuren, aangezien op 20 juli ook een schuld aan de ECB afgelost moet worden. In het slechtste scenario kan Griekenland niet aan de verplichtingen voldoen en moet het land de eurozone verlaten. Hoewel de gevolgen daarvan relatief beperkt zijn, wordt er een heel belangrijk precedent geschapen. Als opeens mogelijk blijkt te zijn om uit de eurozone te stappen, zullen beleggers veel feller reageren op ongunstige verkiezingsuitslagen in Europese landen. De ECB gaat er dan ook alles aan doen om verspreiding van de Griekse problemen te voorkomen.

Vraag 5: Wat gaat er de komende dagen gebeuren in Griekenland en op de beurzen?

Tot het referendum van komende zondag zal er niet zo heel veel gebeuren, aangezien alle Griekse banken gesloten zijn en de bevolking maximaal EUR 60 per dag kan pinnen. Daarmee is het gevaar van een ineenstorting van de Griekse economie voorlopig vermeden. Het sentiment op financiële markten wordt de komende dagen voornamelijk bepaald door het nieuws dat naar buiten komt. Peilingen zijn tot aan de verkiezingen verboden. Aan de ene kant is Tsipras nog steeds heel erg populair in Griekenland, aan de andere kant blijkt uit eerdere peilingen dat de bevolking heel graag de euro wil behouden. Het sluiten van de banken kan het uiteindelijke stemgedrag echter aanzienlijk beïnvloeden.

Vraag 6: Hoe ziet de toekomst eruit na het Griekse referendum?

De uitslag van het referendum heeft een doorslaggevende invloed op het verdere verloop van de crisis. Als het Griekse volk ervoor kiest om akkoord te gaan met het aanbod van de schuldeisers, kan er een heel belangrijke stap gezet worden op weg naar een definitieve oplossing van het schuldprobleem. Helemaal zeker is dat niet, aangezien Tsipras geen concrete conclusies aan het referendum heeft gekoppeld en omdat de precieze vraagstelling nog niet duidelijk is. Omdat de regering zich duidelijk tegen een akkoord heeft uitgesproken, is de kans aanwezig dat Tsipras niet kan blijven zitten als een meerderheid van de bevolking toch voor een akkoord stemt. Het probleem is echter dat nieuwe parlementsverkiezingen waarschijnlijk niet voor 20 juli georganiseerd kunnen worden. Bij een Grieks ‘nee’ is er een reële kans dat het land de verplichtingen niet meer kan nakomen. In dat geval komt een vertrek uit de eurozone snel dichterbij. Omdat er geen concrete voorwaarden verbonden zijn aan het referendum, is de kans groot dat de toekomst van Griekenland ook na komende zondag nog onduidelijk is. De volatiliteit op financiële markten blijft voorlopig hoog.

Vraag 7: Wat zijn de gevolgen van de Griekse problemen voor beursgenoteerde Nederlandse bedrijven?

Nederlandse multinationals boeken meestal nauwelijks omzet in Griekenland. De gevolgen voor de Nederlandse economie en het bedrijfsleven zijn dan ook niet groot. Dat lag een paar jaar geleden anders. Toen hadden sommige banken nog relatief grote posities in Griekse leningen. Inmiddels zijn die posities afgebouwd en bijna alle Griekse leningen zijn nu in handen van de ECB en andere officiële instellingen.