Er gaat niets boven Zweden. In elk geval geografisch niet heel veel, maar het Scandinavische land wordt ook vaak als voorbeeld gesteld van hoe het beter kan. Léon Cornelissen, hoofdeconoom van Robeco over wat Europa van de Zweden kan leren.

In het begin van de jaren negentig raakten Zweedse banken in grote problemen nadat de bubbel in de huizenmarkt leegliep. De aanpak van de Riksbank en de overheid was echter heel anders dan de methode waarmee in de VS en de Europese Unie de afgelopen jaren het vuur werd bestreden. “Aandeelhouders werden onteigend, er sneuvelden kopstukken bij de banken die werden geherkapitaliseerd en er werd een vervangend management aangesteld.” Geen pappen en nathouden en ook niet, wat Cornelissen noemt ‘het Japanse konvooisysteem’, waarbij de sterken de zwakken overeind houden. “Assets werden van de balans gehaald, verpakt en met een discount verkocht. De banken gingen als ‘nieuwe banken’ verder.”

 “In tijden van crisis moet je niet bezuinigen. Ja, dan loopt het overheidstekort op, maar dat kan na verloop van tijd weer worden teruggebracht.” Wat de Zweden hielp was natuurlijk de eigen munt, die het ook nu nog als EU-lid stevig omarmt, die schokken absorbeert. Het huidige Zweden, twintig jaar na zijn bankencrisis, wordt door Cornelissen getypeerd als een industriële grootmacht, met een groei die hoger ligt dan die van de eurozone – iets boven de 2%. Dat is te danken aan de hoge arbeidsparticipatiegraad, vooral onder vrouwen, de opgerekte pensioenleeftijd, het grote aantal immigranten en de sociale zekerheid die sterk inzet op re-integratie op de arbeidsmarkt van werklozen.
 
Er is een keerzijde. De grote mate van immigratie leidde de afgelopen jaren tot onlusten in Malmö en Stockholm en de politieke spanningen op dit punt volgen hier de trend die ook in andere Europese landen zichtbaar is. Net zoals groeiende inkomensongelijkheid een bron van toenemende onrust is. “Het is net een ‘gewoon’ West-Europees land, alleen doen ze het op veel vlakken een tikje beter.” Dat betekent niet dat er geen risico’s zijn. Vooral de huizenmarkt is stevig geprijsd, met het gevaar van een nieuwe bubbel in het verschiet. Ook deflatie is een sluimerend gevaar, zeker met de lage olieprijs en dalende transportkosten. Het land kent een negatieve depositorente (-0,25%), die nog best iets verder kan dalen.

Kan het Zweedse model de rest van de EU iets leren? Cornelissen ziet wel een paar leermomenten. “Als eerste de grote participatie van vrouwen. Zweden en Noorwegen hebben uitstekende ouderschapsverlofregelingen. Daarnaast hebben ze een hoogwaardige industrie en een sterke ingenieurscultuur en dat is voor elk land een troefkaart. En de eigen munt is een belangrijk instrument voor economische politiek. Zweedse bedrijven hebben een cultuur van ‘allen voor een en een voor allen’, weinig hiërarchie of begrip voor klasse of status. Misschien moeten we in Nederland net als de Zweden wat vaker naar de sauna: daar vallen alle barrières weg en zit iedereen op hetzelfde niveau.”