ABN AMRO, genationaliseerd in 2008, geherkapitaliseerd en in de luwte weer op krachten gekomen, wordt dit najaar teruggebracht naar de beurs.

ABN AMRO is een bank met een verleden. De bank werd in 2007 overgenomen door het consortium bestaande uit Fortis, Banco Santander en Royal Bank of Scotland. Elk van de drie banken kreeg een deel. Het verleden van ABN AMRO doet denken aan een scène in de film Monty Python and the Holy Grail. Twee ridders vechten een duel uit. De ene ridder slaat de andere ridder alle ledematen af. Zijn tegenstander, inmiddels zonder armen en benen, stelt voor: “Laten we het een gelijkspel noemen”.

Toen meer dan nu
Het ABN AMRO van 2007 was veel meer dan de bank die het nu is. Destijds betaalde het consortium onder leiding van Royal Bank of Scotland 72 miljard euro voor de bank, voornamelijk in contanten. In de overnamestrijd verloor ABN AMRO veel buitenlandse armen en benen: de Amerikaanse LaSalle Bank, het Italiaanse Banca Antonveneta – even daarvoor verworven na een heftige overnamestrijd – en de Braziliaanse Banco Real.

De laatste gingen naar Banco Santander. Royal Bank of Scotland werd eigenaar van de ABN AMRO zakenbank en Fortis kreeg de Nederlandse consumentenbank. Je zou het een meesterzet van Rijkman Groenink, de toenmalige CEO, kunnen noemen om de bank toen voor 72 miljard te verkopen, ware het niet dat hij de regie toen al kwijt was. Zijn alternatief, een fusie met Barclays, bleek een dood spoor.

Niet lang plezier
Fortis had niet lang plezier van het Nederlandse gedeelte van ABN AMRO. Aan het begin van de Grote Financiële Crisis, die in het najaar van 2008 in alle heftigheid losbarstte, was Fortis in de problemen gekomen. Bang voor het instorten van het financiële systeem, nam de Nederlandse overheid alle activiteiten van Fortis in Nederland over. Fortis had 24 miljard betaald voor ABN AMRO. De Nederlandse Staat betaalde nu 16,8 miljard, en kreeg daarvoor naast ABN AMRO ook de andere Fortis-activiteiten. Dat leek eerst een redelijke prijs, maar niet lang daarna begonnen de koersen van bankaandelen te kelderen. Om de bank overeind te houden ten tijde van de crisis moest er ook nog eens 5 miljard euro bij.

Wat is een bank waard?
De pers noemt nu een bedrag van 16 miljard euro voor ABN AMRO. Is dat een redelijke prijs? Daarvoor moeten we een inschatting maken van de belangrijkste factoren.
Wat is de verdiencapaciteit? De inkomsten van een bank bestaan uit een rentemarge (verkregen minus betaalde rente) en uit een vergoeding voor geleverde diensten. De kosten bestaan uit operationele kosten (personeel, informatietechnologie, etc). Vanwege de lage rente in Europa is de rentemarge laag en afnemend. Hogere groei leidt weer tot meer leningen en meer geleverde diensten. De inkomstengroei is niet spectaculair, daarom is kostenbeheersing belangrijk.

Hoeveel eigen vermogen en liquiditeit heeft de bank en hoeveel moet de bank aanhouden van de toezichthouders? De vereisten van toezichthouders worden eerder aangescherpt dan versoepeld. Wat is de strategie van de bank? Is het bestuur kundig genoeg om de strategie uit te voeren? Wat doet de bank op gebied van technologie? In feite bestaat een bank uit heel veel cijfers, daarom is informatietechnologie van levensbelang. Hoe vooruitstrevend is de bank op dit gebied?

Tegen welke koers de Nederlandse Staat ABN AMRO naar de beurs wil brengen, weten we binnenkort. Maar bedenk wel: de bank is nu nog slechts een bank.


Dit artikel is geen aanbeveling om financiële instrumenten te kopen of verkopen en is eerder geplaatst op Fondsnieuws.nl