Edward Loef, technisch analist, publiceerde onderstaande grafiek bij zijn laatste column in het Financieele Dagblad. Gelukkig blijft hij gewoon columnist voor Fondsnieuws, want zulke grafieken wil je niet missen. De beurs bereikt oude niveaus en de twijfel slaat toe.

In de grafiek zien we de ontwikkeling van de MSCI Wereld Prijs Index in US dollars. De index meet de prestaties van wereldwijde aandelen in ontwikkelde markten, uitgedrukt in US dollars. Dit is de prijsindex. Voor de echte prestaties moet je eigenlijk de index met herbelegging van dividend hebben. Maar deze grafiek geeft zo mooi het sentiment van 20 jaar weer.

D’r op en d’r onder?

20 jaar sentiment: de jaren ‘90
Een gestage opmars aan het eind van de jaren ‘90, bouwend op een bullmarkt die al aan het begin van de jaren ‘80 was ingezet. De wereld is vol vertrouwen, overmoedig zelfs in de nieuwe economie. De waardering van informatietechnologie-aandelen bereikt astronomische hoogte. De bullmarkt eindigt en er is een kenmerkend punt voor de omslag: voor Nederland de introductie van WorldOnline, voor Amerikanen de overname van TimeWarner door AOL.

De jaren 2000
Zo begint het nieuwe millennium met een domper. De waardering van IT-aandelen verschrompelt en zoals altijd blijken een aantal bedrijven niet zuiver op de graat te zijn. Het tij keert, Enron en Worldcom zwemmen zonder badkleding. Greenspan verlaagt de rente om de economie te stimuleren. Aandelen reageren eind 2002, begin 2003 en een nieuwe bullmarkt begint. Ditmaal zijn de banken de stuwende sector. Er kan meer en meer geleend worden voor aankoop van huizen, kantoren, auto’s en de rest. China treedt toe tot de wereldmarkt, grondstoffenprijzen stijgen en de wereld groeit. Chuck Prince, de voorzitter van CitiGroup, spreekt de woorden: “We moeten blijven dansen tot de muziek stopt”. Dat gebeurt in 2008 met de val van Lehman. Zeven jaren zijn voorbij, een Bijbelse cyclus.

De zeven jaren vanaf 2008 tot 2015
De grote financiële crisis treedt in. De wereld stort in, niemand vertrouwt een ander meer, banken lenen niet meer aan andere banken lenen niet meer aan bedrijven. Voorraden van grondstoffen moeten hals-over-kop verkocht worden, omdat banken ze niet meer financieren. Grondstofprijzen dalen. De industriële productie daalt meer dan ooit. Nu worden overheden en centrale banken de stuwende kracht. Overheden laten hun tekorten oplopen om de economie te stimuleren. Centrale Banken gaan geld drukken. Het vertrouwen komt terug. En met die steun bereiken beurzen weer het niveau van 2000 en 2007. De oude top wordt bereikt en de aarzeling treedt in. Gaat de beurs weer terug naar dieptepunten van 2003 en 2009? Of wordt het in wielertermen “d’r op en d’r over”.

Stijgen de beurzen verder?
Centrale banken in Europa en in Japan blijven accommoderen. De FED aarzelt. Is het tijd om de rente te verhogen? De werkgelegenheid en de groei zeggen: ja. De prijzen zeggen: nee. Inflatie lijkt dood. En buiten de Verenigde Staten, in Zuid-Amerika en in delen van Azië is het guur. Per saldo blijft het monetaire beleid een steun in de rug voor beurzen. In Europa en Japan hebben bedrijven weinig omzetgroei nodig om de marges te verhogen. Die liggen nog beneden het niveau van voor de grote financiële crisis. Dus in Europa en Japan stijgen de winsten. In de Verenigde Staten is margeverruiming lastiger, omdat marges daar historische niveaus bereikt hebben. China blijft groeien zij het op een lager niveau. Tegen deze achtergrond kunnen aandelenmarkten nog steeds de (beurs)spreekwoordelijke muur van zorgen beklimmen.

Deze column is eerder verschenen op Fondsnieuws.nl