De rol van aandeelhouders in Azië is van oudsher die van een goedkope kapitaalverschaffer. Enerzijds door het gebrek aan een ontwikkelde markt voor bedrijfsobligaties en anderzijds door een cultureel bepaalde afkeer van schuld. Je betaalt de aandeelhouders een klein dividend om ze tevreden te houden en het loterij-element van een aandeel zorgt ervoor dat er voldoende vraag is.

Snelle koerswinst
Veel Aziatische particuliere beleggers kopen aandelen in de hoop snelle koerswinst te boeken. Dus is het eenvoudig te verklaren dat de meeste Aziatische bedrijven weinig schuld op de balans hebben en relatief veel eigen vermogen. Echter, in de afgelopen 20 jaar zijn er steeds meer buitenlandse beleggers naar Azië gekomen en die kijken veel kritischer naar zo’n inefficiënte balans. Zeker nu de groei zelfs in Azië niet meer voor het oprapen ligt. Bedrijven staan onder druk om meer aandeelhouderswaarde te creëren.

Dovemansoren
Ook wij besteden in onze gesprekken met financiële managers veel tijd aan aandeelhouderswaarde. Soms leidt dat tot een goede discussie, maar soms spreken we ook tegen dovemansoren. Veel bedrijven, met name in China, hebben een directeur-grootaandeelhouder wiens familiekapitaal volledig in het bedrijf zit. Een groot probleem is ook dat in het bestuur maar weinig onafhankelijke mensen zitten. Die posten worden meestal bezet door vrienden van de directie. Dat leidt ertoe dat het bedrijf uitsluitend voor en door het bestuur geleid wordt en de stem van de aandeelhouder niet gehoord wordt.

Weinig dividend
Aziatische aandeelhouders houden hun stukken ook kort aan, omdat bedrijven maar weinig dividend betalen. En als er vers groeikapitaal nodig is, dan komen bedrijven in landen als Japan en China liever met een aandelenplaatsing dan met een claimemissie. Dat betekent dat er geen voorkeursrecht is voor bestaande aandeelhouders en die worden dus onvermijdelijk verwaterd. Zo bouwt het bedrijf ook niet aan een langetermijnrelatie met zijn aandeelhouders.

Actiever stemrecht
Veel Aziatische landen hebben een pensioensysteem in opbouw dat van nature een veel langere beleggingshorizon kent. In Korea bezit de National Pension Service (NPS) 5 tot 10% van veel genoteerde bedrijven. NPS is nu aan het worstelen hoe het moet omgaan met hun stemrecht. Vroeger was dat uiterst passief, maar geleidelijk zie je het actiever worden. In Japan is de herbezinning het verst gevorderd, met de invoering van een Corporate Governance Code waarin de dialoog met aandeelhouders als grondprincipe wordt vastgelegd.

Korting verdwijnt
De waardering van Aziatische bedrijven is nu zo’n 20 tot 30% lager dan elders in de wereld. Met de toenemende aandacht voor behoorlijk ondernemingsbestuur (Corporate Governance) gaat die korting verdwijnen. En dat is een flinke winst voor beleggers in mijn regionale aandelenfonds.

Deze column is eerder verschenen op DFT.nl