• Aandelenmarkten nog steeds beïnvloed door olieprijs
  • Wat wordt de volgende stap van de Europese Centrale Bank?
  • Onzekerheid over uitkomst referendum over ‘Brexit’
  • Accent blijft op aandelen en bedrijfsobligaties
Ontwikkelingen op de financiële markten
Beleggers moesten de veiligheidsgordels deze maand nog steeds stevig aantrekken. De stemming is al sinds eind vorig jaar erg nerveus en ook in februari was dat niet anders.

Aandacht blijft gericht op de olieprijs
Voor West-Europa is Brent-olie belangrijk en die wordt vooral gewonnen in Arabische landen en Rusland. Deze landen hebben baat bij een hogere olieprijs, maar willen geen beperking van het aanbod. Alleen zo kunnen ze immers daadwerkelijk profiteren van een hogere olieprijs. Een balans tussen vraag en aanbod van olie wordt pas later dit jaar verwacht. Tot die tijd zal de olieprijs een belangrijke factor zijn in ontwikkelingen op de financiële markten. Uiteindelijk eindigde een vat Brent-olie in februari met een daling van 0,5%

Is het huidige beleid van de ECB wel effectief genoeg?
Europa is in afwachting van de bijeenkomst van de Europese Centrale Bank (ECB) in maart. Mario Draghi, de president van de ECB, zinspeelde in januari al op een verruiming van het monetaire beleid en herhaalde dat afgelopen maand nog een keer. Om de inflatie aan te wakkeren, die door de lage olieprijs slechts zo’n 0% bedraagt, is uitbreiding van dat monetaire beleid eigenlijk wel nodig. De effectiviteit van de maatregelen die de ECB neemt, wordt echter steeds vaker in twijfel getrokken.

Negatieve rente
De nerveuze stemming op de beurzen en de hang naar zekerheid onder beleggers zorgden ervoor dat de rentes in Europa scherp daalden. De rentevergoeding voor een periode van nul tot meer dan zeven jaar is op dit moment negatief. Met andere woorden: om je geld tot zeven jaar ‘veilig’ in een obligatie te beleggen, betaal je rente!

To stay or not to stay?
Behalve een dalende rente hield ook het mogelijke uittreden van Groot-Brittannië (‘Brexit’) uit de EU de gemoederen bezig. In februari willigde Europa een eisenpakket van de Britten in, dat op het eiland maar lauw werd ontvangen. In juni gaan de Britten zich in een referendum erover uitspreken of ze wel of niet uit de EU willen. Op dit moment is de uitkomst van dat referendum erg onzeker. Dat geldt ook voor de consequenties voor het land én voor Europa.

Economische cijfers VS geven gemengd beeld
In een nerveuze markt als deze wordt elk macro-economisch cijfer in de Verenigde Staten scherp in de gaten gehouden. Die cijfers geven een wisselend beeld. Een minder goed cijfer verhoogt meteen de recessie-angst.  Volgens ons zal het – om in een echte recessie te belanden - een stuk slechter moeten gaan. In maart komt de Fed bijeen voor een rentebesluit. Gezien de huidige marktontwikkelingen zal voorzitter Yellen zich waarschijnlijk gematigd opstellen.

Aandelen
Zoals gezegd was er ook in februari flink wat beweeglijkheid op de aandelenbeurzen. Neem bijvoorbeeld de Nederlandse AEX-index. Vanaf de start van de maand daalde de AEX-index eerst met 12% om daarna flink te herstellen. Uiteindelijk sloot de AEX de maand af met -0,9%. Een vergelijkbaar beeld zagen we ook bij andere aandelenbeurzen.

Voorkeur voor Europese en Japanse aandelen
In de portefeuilles hebben we het aandelenrisico in februari langzaam wat afgebouwd. Omdat de impact van de dalende olieprijs voor opkomende landen relatief sterk is, hebben we in die regio het gewicht nog verder verlaagd. Daarna hebben we het risico teruggebracht door ‘gewone’ aandelen te verkopen en hiervoor aandelen met een lager risico terug te kopen. Vooralsnog houden we aandelen uit Europa en Japan voor een hoger dan gemiddelde weging in de portefeuille, terwijl we Amerikaanse aandelen een lager gewicht hebben gegeven.

Obligaties
Europese obligaties waren ook in februari weer een traditionele vluchthaven. Hierdoor is de rente in korte tijd scherp gedaald in de richting van de extreem lage niveaus van 2015. Voor Europese staatsobligaties verwachten we dat de rente op de langere termijn weer zal stijgen. Een stijgende rente betekent dat het rendement op staatsobligaties negatief zal zijn.

Voorkeur voor bedrijfsobligaties
We hebben in de portefeuille de nadruk gelegd op bedrijfsobligaties ten koste van staatsobligaties. De rente die een belegger krijgt op deze bedrijfsobligaties, is over het algemeen hoger dan die op staatsobligaties. We noemen dat de opslag. We willen profiteren van die opslag voor het (kleine) extra risico dat we lopen, door in bedrijfsobligaties met een hoger risico te beleggen. Voor de categorie obligaties als geheel handhaven we een lichte onderweging.

beleggingsvisie-met-ikonen-feb-2016.jpg

Voor een uitleg van de tekens, zie toelichting voorbeeldportefeuilles.