Hoewel de eerste dagen van juli nog wat nerveus waren, was het al vrij snel weer ‘business as usual’ op de financiële markten. En dat betekent: geen grote koersschommelingen, maar wel stijgende aandelen- en obligatiemarkten. De bewegingen in de olieprijs en vooral de Amerikaanse dollar waren de afgelopen maand belangrijker voor het beleggingsrendement.

Wisselkoerseffect
De olieprijs trok in de loop van de maand aan, nadat onder invloed van de wereldwijde economische groei de verwachtingen voor vraag naar olie naar boven werden bijgesteld. Een vat Brent-olie, van belang voor de West-Europese markten, werd in juli ruim 7,5% duurder. Aan de benzinepomp merkt u dit effect echter maar gedeeltelijk, omdat de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro juist een tegengestelde beweging maakte.

Dergelijke valutabewegingen hebben ook effect op de rendementen van bijvoorbeeld aandelen. De Amerikaanse aandelenbeurzen zetten de afgelopen periode record na record neer. De toonaangevende S&P500 index steeg dit jaar al met 11,6%... in Amerikaanse dollars. Echter, in euro’s gemeten was het rendement zelfs licht negatief!

Euro gewilde valuta
De euro is ten opzichte van de meeste valuta’s in de wereld aan een flinke opmars bezig. Ten opzichte van de Amerikaanse dollar is de euro sinds afgelopen maand 3,6% en sinds begin dit jaar al 12,6% duurder. Valutabewegingen hangen met veel factoren samen, waaronder de inflatie- en renteverwachtingen. De inflatie is laag in zowel Europa als de Verenigde Staten. Het lukt de centrale banken niet echt om de inflatie naar het door hen gewenste niveau van 2% te tillen. Toch is Amerika al begonnen met het voorzichtig afbouwen van de stimuleringsprogramma’s, die onder andere de inflatie moesten aanwakkeren.

In Europa is de verwachting dat de Europese Centrale Bank (ECB) op termijn ook zal gaan afbouwen. Mario Draghi, de president van de ECB, heeft echter nog geen concrete aanwijzingen hiervoor gegeven, wat markten over het algemeen positief vinden. Opgeteld bij de politieke onzekerheid die president Trump in de VS veroorzaakt, lijken beleggers daarom de euro voorlopig een aantrekkelijkere valuta te vinden dan de Amerikaanse dollar.

Kijken we naar de economische ontwikkelingen aan beide kanten van de oceaan, dan valt daar verder weinig op aan te merken. In de Verenigde Staten zien de bedrijfswinsten van het eerste halfjaar er over het algemeen goed uit. De werkloosheid is laag, maar dat leidt niet tot hogere lonen (en dus uiteindelijk inflatie). Ook de Europese economie draait nog steeds goed.

Opgeschoven naar obligaties opkomende markten
In het verlengde van de rustige financiële markten van dit moment is er een beperkte voorkeur om accenten aan te brengen. Het gewicht van aandelen in de portefeuilles ligt op het gemiddelde en ook op regioniveau hebben we geen voorkeur. In de categorie obligaties zijn we verder opgeschoven in het risico om tegenwicht te bieden aan de nog steeds lagere rendementen, zoals voor Europese bedrijfsobligaties. Het extra rendement voor deze obligaties is inmiddels zo laag, dat het niet meer zinvol is om ze meer dan gemiddeld aan te houden ten opzichte van staatsobligaties. Als de ECB besluit om het stimuleringspakket te verkleinen, worden Europese bedrijfsobligaties ook geraakt. We hebben daarom het gewicht teruggebracht tot een gemiddelde weging en hiervoor extra obligaties uit opkomende landen met een hoger rendement teruggekocht. High yield-obligaties houden wel hun meer dan gemiddelde weging.