Altijd al willen weten hoe een fondsmanager belegt? Fondsmanagers hanteren vier vaste uitgangspunten die jij ook kunt toepassen.

1. Maak een plan
Elke fondsmanager belegt volgens een plan. Het plan bevat verschillende onderdelen. Een van de belangrijkste onderdelen is hoeveel risico je wilt lopen. Dat bepaalt doorgaans hoeveel rendement je kunt behalen. De hoeveelheid risico kan voor iedereen anders zijn. Kun je je geld lang missen en ben je überhaupt bereid risico’s te nemen? Dan behaal je doorgaans meer rendement met aandelen dan met obligaties of sparen. Wil je of kun je minder risico nemen, dan kun je beter minder in aandelen beleggen en kiezen voor een defensieve portefeuille met de nadruk op obligaties. Hierbij hoort een lager risico, maar ook een lager verwacht rendement. Naast risico zijn er andere onderdelen die het beleggingsplan compleet maken. Die behandelen we in volgende artikelen in deze serie.

2. Spreiden, spreiden, spreiden
Spreiding is onmisbaar bij succesvol beleggen, dat is het credo van elke fondsmanager. Spreiding is namelijk dé manier om je risico’s te verkleinen terwijl het in veel gevallen je rendement vergroot. Hoe dat komt? Verliezen bij de ene belegging worden vaak weer opgevangen door winsten bij een andere. Spreiden kun je doen door je investeringen te verdelen over verschillende beleggingscategorieën (obligaties, aandelen, vastgoed, grondstoffen etc.), sectoren (IT, financials, consumentenproducten etc.) en landen en regio’s (ontwikkelde, opkomende markten). Hoe meer spreiding, hoe evenwichtiger je portefeuille.

3. Honger naar informatie
Beleggen is voortdurend op zoek zijn naar informatie. Elke fondsmanager leest dagelijks een aantal financiële kranten en volgt het nieuws op bijvoorbeeld de financiële databank Bloomberg. Maar terwijl jij nog wel meer te doen hebt en misschien helemaal geen zin hebt om de hele dag koersen te volgen, kun je ook informatie zoeken op een ‘snelle’ manier: namelijk afkijken bij andere portefeuilles, waarin de informatie al verwerkt is in beleggingsbeslissingen. Goed gejat is immers beter dan slecht verzonnen.

4. De grote schoonmaak
De grote schoonmaak, of in beleggerstaal: rebalancing. Onmisbaar in de professionele aanpak. Stel je hebt op basis van je plan een portefeuille opgebouwd met 50% aandelen, 40% obligaties en 10% spaargeld. Na een periode waarin de aandelenkoersen flink zijn gestegen, verandert je portefeuilleverdeling mee naar bijvoorbeeld 63% aandelen, 28% obligaties en 9% spaargeld. Dit heet scheefgroei. Je hebt op dat moment te veel aandelen en te weinig obligaties. Hierdoor loop je meer risico dan volgens je eigen plan bij je past. Het beste kun je daarom een aantal aandelen verkopen, obligaties bijkopen en iets meer spaargeld aanhouden. Een fondsmanager doet dit minstens twee keer per jaar.

Fondsbeleggen
Vind je het allemaal veel werk en heb je liever dat onze mensen dat voor je doen, dan kun je dat aan ons overlaten. Bij Robeco kun je kiezen uit allerlei beleggingsfondsen of beleg via een portefeuille-oplossing binnen één fonds. Meer weten over beleggen in fondsen? Kijk dan verder op de Robeco Quick Course

Bekijk ook de video: De basisregels bij beleggen